Home  > Kennis  > Databanken  > Instrumenten en richtlijnen  > Overzichten  > Per werkveld > Multidimensional Anxiety Scale for Children (MASC)

Vindt u wat u zoekt? Voldoet de informatie? Doe mee met het gebruikersonderzoek en maak kans op een boekenbon!
Geef uw mening

Databank Effectieve Jeugdinterventies
Erkende effectieve methodieken en programma's.

Instrumenten en richtlijnen binnen de CJG's
Overzicht voor de Centra voor Jeugd en Gezin.

Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg
Drie beroepsverenigingen en het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelen richtlijnen voor de jeugdzorg.


%fullname% Machteld van der Pijll is projectleider van de databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteits­standaarden.

Stel een vraag

Multidimensional Anxiety Scale for Children (MASC)

De Multidimensional Anxiety Scale is een screeningsinstrument voor angstproblemen bij kinderen en adolescenten van 8 tot en met 18 jaar. De vragenlijst kan voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Het kan gebruikt worden als hulpmiddel bij de diagnose van angstproblemen en stoornissen, als screeningsinstrument, om de voortgang en effecten van behandeling te meten en voor onderzoeksdoeleinden.

Jaar uitgave/versie

Oorspronkelijke uitgave: 1997; Nederlandse vertaling: 2000

Doel

De MASC is een zelfrapportage vragenlijst gericht op de screening van angstproblemen- en stoornissen bij kinderen en adolescenten. Het kan ingezet worden als diagnostisch hulpmiddel, als instrument om de effecten van behandeling te meten en voor onderzoeksdoeleinden .

Doelgroep

De MASC is gericht op kinderen en adolescenten van 8 tot en met 18 jaar.

Werkveld

Als screeningsinstrument kan de MASC ingezet worden in diverse settings zoals het onderwijs, residentiele behandelsettings, jeugd-ggz en jeugdzorg.

Materialen

De materialen bestaan uit een handleiding, een vragenlijst en een scoreformulier. Van de handleiding is vooralsnog alleen de Amerikaanse versie beschikbaar. De vragenlijst en het scoreformulier zijn wel vertaald naar het Nederlands. Daarnaast is er een verkorte versie van de MASC (de MASC-10) voor gebruik in situaties waar een beoordeling van algemene angstsymptomen voldoende is.

Gebruik

MASC kan op verschillende manieren worden afgenomen: tijdens een consult aan een psycholoog, psychiater e.d., indien nodig via de telefoon, thuis (onder supervisie van een opvoeder/verzorger) of in groepsverband in de klas. Omdat angstsymptomen in de tijd kunnen veranderen - soms in relatief korte periodes- moet de MASC in één keer worden afgenomen.
Aan het kind wordt uitgelegd dat er geen juiste of foute antwoorden zijn. Het gaat om hoe hij/zij zich in verschillende situaties voelt.
Het kind vult antwoorden op de vragenlijst in. Het scoren van de antwoorden kan in principe door ongetrainde mensen plaatsvinden. Interpretatie van de resultaten moet echter door een ervaren ggz-professional plaatsvinden.

Scoring

De vragenlijst bestaat uit 39 stellingen welke op een 4 punt Likertschaal beantwoord moeten worden (0 = nooit waar voor mij; 1 = bijna nooit waar voor mij; 2 = soms waar voor mij; 3 = vaak waar voor mij). De minimumscores en maximumscores die behaald kunnen worden per subschaal zijn als volgt:

  • lichamelijke symptomen, minimum = 0 en maximum = 36;
  • sociale angst, minimum = 0 en maximum = 27;
  • schade vermijding, minimum = 0 en maximum = 27
  • separatie angst, minimum = 0 en maximum = 27.

Hoe hoger de score hoe meer emotionele problemen er aanwezig zijn. Ruwe scores worden omgezet in standaard t-scores. Er zijn aparte normen voor meisjes en voor jongens.

Interpretatie van de MASC gebeurt op item niveau, t-scores van de afzonderlijke schalen, de angststoornis index, de inconsistentie index én de integratie van deze gegevens met ander klinisch materiaal.

Tijdsinvestering

Het invullen van de vragenlijst kost circa 15 minuten. Interpretatie van de vragenlijst circa 10 minuten.

Type hulpmiddel

Vragenlijst

Onderdelen / subschalen

De MASC bestaat uit 39 items verdeeld over vier angstschalen: Fysieke symptomenschaal, Schade vermijdingschaal, Sociale angstschaal en de Separatie-paniekschaal. Deze schalen zijn verder onderverdeeld in een aantal subschalen.

  • De schaal fysieke symptomen maakt een onderscheid in somatische symtpomen en spanningssymptomen.
  • De schade vermijdingschaal bestaat uit: symptomen van perfectionisme en angstige coping symptomen.
  • De sociale angstschaal differentieert tussen angst om voor gek te staan en angst om voor meerdere mensen wat te doen.
  • De separatie-paniekschaal heeft geen subschalen.

Naast een totale angstsscore levert de lijst een indicatie van de mate van zorgvuldigheid waarmee de lijst is ingevuld en een indicatie of aanvullend diagnostisch onderzoek gewenst is omdat het kind lijkt te voldoen aan de criteria van een angststoornis.

  • Totale angstschaal: kinderen die hoog scoren op deze schaal zijn geneigd om verscheidene symptomen binnen de vier bovengenoemde domeinen te rapporteren.
  • Angststoornis index: Kinderen die hierop hoog scoren scoren op een aantal items die kinderen met een angststoornis onderscheiden van kinderen zonder angststoornis.
  • Inconsistentie index: Kinderen die hierop hoog scoren beantwoorden items die inconsistent zijn met elkaar.

Achtergrond

De Amerikaanse versie is ontwikkeld door March e.a. (1997). De Nederlandse vertaling is van Utens & Ferdinand (2000).

Theoretisch kader/verantwoording

De MASC is gebaseerd op de DSM-IV classificatie van angststoornissen. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van de vragenlijst is dat gedifferentieerd moet kunnen worden tussen pathologische angst en angsten die een normaal onderdeel vormen van het ontwikkelingsproces van kinderen. Angsten zijn pathologisch wanneer ze overmatig zijn, niet bij de natuurlijke ontwikkeling passen of gepaard gaan met onaangepast gedrag waardoor het dagelijks functioneren van het kind belemmerd wordt. Om angst symptomen te kunnen beoordelen moet de ernst van de problemen en het frequentie van voorkomen in ogenschouw genomen worden.
Omdat de DSM-IV categorieën van de angststoornissen over het algemeen geen rekening houden met het ontwikkelingsperspectief is het de verantwoordelijkheid van de professional om aspecten zoals leeftijdsadequaatheid van symptomen en/of culturele achtergrond van de jeugdige te betrekken in de diagnose.

Door een gebrek aan prevalentiecijfers over angstproblemen beginnend in de kinderjaren was er geen geschikt instrument beschikbaar om angst bij kinderen en adolescenten te meten. De MASC is ontwikkeld als een praktisch en efficiënt screeningsinstrument om angst bij kinderen van 8 tot 19 jaar te meten (March, 1997).

Kwaliteit

Onderzoek met de Engelstalige versie van de MASC toont aan dat de lijst een betrouwbaar en valide instrument is. Voor de MASC bestaat een Amerikaanse normering. Onderzoek naar de Nederlandse versie ontbreekt vooralsnog.

Betrouwbaarheid

Naar de betrouwbaarheid van de Nederlandstalige MASC is vooralnog geen Nederlands onderzoek verricht.

Validiteit

Over de validiteit van de Nederlandstalige MASC zijn vooralsnog geen gegevens beschikbaar.

Normering

Aan de Nederlandse normering wordt momenteel gewerkt.

Beschikbaarheid

De voorlopige vragenlijst is in het Nederlands beschikbaar. De vragenlijst is tot de officiële publicatie alleen in overleg met de ontwikkelaars verkrijgbaar.

Bestelinformatie

Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis
Polikliniek kinder- en jeugdthesaurus
Dr. Lisbeth Utens Tel: 010-7040209

Literatuur

March, J.S. (1997). MASC- The Multidimensional Anxiety Scale for Children. Multi-Health Systems Inc.

Utens, E., & Ferdinand, R. F. (2000). MASC: Angstschaal voor kinderen: Nederlandse vertaling. Sophia Kinderziekenhuis: Erasmus MC, Rotterdam.