
Opvoeding en ontwikkeling
Literatuurlijst voor ouders met onder andere aandacht voor overgewicht.
Mariska Zoon is contactpersoon voor het dossier Overgewicht.
Stel een vraag
|
|
Het meten van overgewicht kan op verschillende manieren, zoals door het bepalen van de Body Mass Index (BMI) en het meten van het vetpercentage. Daarnaast bestaan er instrumenten die het eetgedrag van jeugdigen en hun ouders meten en instrumenten voor het bepalen van het effect van verandering van dit eetgedrag.
Voor het Signaleringsprotocol Overgewicht in de jeugdgezondheidszorg is een literatuuronderzoek verricht naar de validiteit, de betrouwbaarheid en de toepasbaarheid van de verschillende meetmethoden en meetinstrumenten voor het bepalen van overgewicht en obesitas bij kinderen. De meest betrouwbare en valide meetmethoden zijn methoden die direct de vetmassa meten. Voorbeelden hiervan zijn de onder watermeting en de MRI. Deze methoden zijn onbruikbaar in de jeugdgezondheidszorg. Methoden als middelomtrek-, lengte- en gewichtmetingen blijken vanwege de kindvriendelijkheid toepasbaar binnen de jeugdgezondheidszorg. Ze zijn bovendien niet duur en relatief gemakkelijk uit te voeren. Deze methoden meten de vetmassa niet rechtstreeks, maar bij benadering, en zijn dus minder betrouwbaar en valide dan methoden die direct de vetmassa meten.
De middelomtrekmeting met een meetlint is bij volwassenen een goede voorspeller van buikvet. Of dit ook voor kinderen geldt is minder bekend. Bovendien zijn voor de middelomtrekmeting de grenzen tussen overgewicht en obesitas nog niet goed onderbouwd. De middelomtrekmeting is wel een goed en goedkoop instrument om in te zetten bij het meten van het effect van een interventie. Binnen de jeugdgezondheidszorg wordt de meetmethode ingezet om te bepalen of iemand succes heeft bij het afvallen. Het effect op de middelomvang is meestal eerder zichtbaar dan het effect op het gewicht of de Body Mass Index (BMI) (Bulk-Bunschoten e.a., 2005).
Medewerkers van de jeugdgezondheidszorg maken veel gebruik van groeidiagrammen met referentielijnen voor gewicht naar lengte. Het gewicht naar lengte van het individuele kind wordt dan vergeleken met cijfers uit landelijke groeistudies. Een nadeel hiervan is dat de grens voor overgewicht afhankelijk is van landelijke data op een bepaald moment en daarmee afhangt van de gewichtstoename van de totale populatie. Bovendien is in de puberteit het signaleren van overgewicht met de groeidiagrammen onbetrouwbaarder, omdat dan het gewicht snel stijgt door toename van vet bij meisjes en van spieren bij jongens.
Voor de effectevaluatie van projecten om overgewicht te voorkomen of verminderen, worden meetinstrumenten ingezet die verandering in eet- of bewegingsgedrag meten. Zelfgerapporteerd gedrag wordt dan gemeten met een beweeg- en eetdagboekje of een vragenlijst. Een voorbeeld van een beweeg- en eetdagboek is te vinden in het Overbruggingsplan voor kinderen met overgewicht
dat ontwikkeld is voor de jeugdgezondheidszorg. Een vragenlijst om lichamelijke activiteit te meten is de Activity Questionnaire for Adults and Adolescents (AQuAA) die Slootmaker (2009) heeft gebruikt in zijn promotieonderzoek onder middelbare scholieren. Daarnaast worden beweegmeters ingezet om beweeggedrag van kinderen vast te leggen. Een beweegmeter is een klein apparaatje dat intensiteit, frequentie, tijdspatroon en duur van een activiteit meet. Kinderen dragen dit apparaatje om hun middel. De Vries (2009) onderzocht de klinimetrische kwaliteit van beweegmeters. Zij concludeert dat de meeste beweegmeters bruikbare, valide en betrouwbare instrumenten zijn om de lichamelijke activiteit bij gezonde kinderen en adolescenten te meten.
Een vragenlijst voor kinderen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar met gewichts- of eetproblemen die het type eetgedrag meet is de Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag Kind (NVE-K) van Van Strien. De NVE-K is een kindversie van de Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag (NVE) die in eerste instantie is ontwikkeld voor jongvolwassenen.
Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten en Richtlijnen.