Home  > Kennis  > Dossiers  > Migrantengezin  > Gezinsleven > Opvoeden

Interculturele competentieprofielen (2010)
Rapport over preventief en ontwikkelingsgericht jeugdbeleid.

De kracht van jongeren (2009)
Boek over diversiteit in jeugdbeleid en effectieve interventies.



Gert  van den Berg Gert van den Berg is contactpersoon voor het dossier Migrantengezin.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Opvoeden

In gezinnen van niet-westerse migranten speelt het verschil in opvoedcultuur tussen Nederland en het land van herkomst een grote rol. Daardoor ervaren ouders meer onzekerheid en hebben ze minder houvast bij het opvoeden dan autochtone ouders. Uiteraard speelt dit gegeven een grotere rol bij ouders van de eerste generatie dan bij ouders van de tweede generatie. Maar ook de tweede generatie kent onzekerheden: moeten ze de opvoeding anders aanpakken dan hun ouders, en hoe dan?

Migratie maakt opvoeden extra moeilijk

Opvoeden in een land met een andere cultuur is extra uitdagend. In niet-westerse migrantengezinnen komen ouders vaak uit een situatie van armoede. Ze hebben doorgaans weinig opleiding en ze zijn niet bekend met het Nederlandse schoolsysteem. Tegelijk willen ze graag dat hun kinderen het goed doen in het onderwijs. De reden voor de migratie kan een belangrijke invloed op de opvoeding hebben. Het kan zijn dat het gezin heeft moeten vluchten en dat het tijdelijk uit elkaar is geweest. Mogelijk hebben gezinsleden trauma's opgelopen. Daarnaast kunnen taalproblemen en het verschil in opvoedcultuur zorgen voor onbegrip bij de buitenwereld. In veel gevallen passen kinderen zich via leeftijdgenoten en school sneller aan de nieuwe omgeving aan dan hun ouders. Deze aspecten van migratie kunnen bijdragen aan onzekerheid, zowel bij het opvoeden als bij het vragen om hulp bij de opvoeding (Bornstein en Bohr, 2011).

Opvoedwaarden

Bij niet-westerse migranten hechten vooral laagopgeleide ouders belang aan conformisme, aanpassing aan de groep. Autochtone ouders vinden autonomie, dat wil zeggen zelfbepaling en zelfstandigheid, meestal belangrijker (Pels e.a., 2009). De opvoedwaarden van ouders van migrantenafkomst die zelf in Nederland zijn opgegroeid, liggen dichter bij die van autochtone Nederlanders. Verder geldt dat de opvoedwaarden van migranten dichter bij die van autochtonen liggen naarmate ze hoger opgeleid zijn. Maar verschillen tussen diverse migrantengroepen blijven bestaan, los van generatie en opleidingsniveau. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het onder hoger opgeleide Turkse en Marokkaanse ouders meer gangbaar is om in de opvoeding de nadruk te leggen op conformiteit dan bij hogeropgeleide Surinaamse, Antilliaanse en autochtone ouders (Pels e.a., 2009). Recent constateerde Elif Durgel (2011) dat Turks-Nederlandse moeders die hier geboren zijn en onderwijs hebben gevolgd in hun opvoedingspatronen veel op autochtone moeders lijken. Verschillen tussen deze twee groepen waren er vooral in hun verwachtingen.

Nederlandse opvoeding niet altijd een goed voorbeeld

Bij niet-westerse migranten lijken de opvoedwaarden in de loop der tijd steeds meer op te schuiven in de richting van autochtone ouders. Toch zien veel van deze migrantenouders de Nederlandse manier van opvoeden niet altijd als een goed voorbeeld. Uit diverse onderzoeken blijkt dat zij de manier waarop Nederlandse kinderen worden opgevoed te los vinden. Zij keuren veel gedragingen van deze kinderen af (Pels e.a., 2009).

Verschil in opvoeden van jongens en meisjes

In gezinnen van niet-westerse migranten komt het nog veel voor dat jongens anders worden opgevoed dan meisjes. Zo houden ouders buitenshuis relatief weinig toezicht op jongens. Dit geldt vooral voor de eerste, vaak laag opgeleide generatie, migrantenouders van de tweede generatie hebben doorgaans meer opleiding gehad en zij houden jongens buitenshuis meer in de gaten. Meisjes worden buitenshuis juist meer gecontroleerd, vooral vanaf de puberteit en met name in Turkse en Marokkaanse gezinnen en in gezinnen van islamitische vluchtelingen (Pels e.a., 2009).

Turkse en Marokkaanse ouders vinden opvoeden relatief zwaar

Vergeleken met Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse ouders (12,1 procent) vindt een groot aantal Turkse (24,5 procent) en Marokkaanse (36,1 procent) ouders het opvoeden een zware, verantwoordelijke taak. Waarschijnlijk hangt dit verschil niet alleen samen met het opvoeden zelf, maar ook met de gezinsomstandigheden. De sociaal-economische situatie is in Turkse en Marokkaanse gezinnen vaak minder gunstig. Werkloosheid en slechte woonomstandigheden komen bij hen meer voor (Van Egten et al., 2008). Uit een SCP-onderzoek naar de behoefte aan opvoedingsondersteuning (2010) komt naar voren dat lager opgeleide migrantenouders relatief weinig hulp of advies zoeken bij de opvoeding, terwijl ze vaker problemen met opvoeden hebben dan autochtone ouders. De drempel voor het vragen om hulp is voor hen dus hoger.

Ook andere factoren spelen een rol

Veel zaken die bij migrantengezinnen het opvoeden moeilijker maken, zijn niet direct een gevolg van de migratiegeschiedenis. Vooral in gezinnen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst voedt de moeder relatief vaak op zonder man (zie ook: Cijfers). Alleenstaand ouderschap kan het opvoeden extra lastig maken (zie ook dossier Eenoudergezin). Verder is het opleidingsniveau van ouders bij grote niet-westerse migrantengroepen relatief laag. Ouders die een hoger opleidingsniveau hebben zoeken eerder hulp bij het opvoeden, omdat ze eerder problemen herkennen en omdat ze beter hun weg vinden in het bestaande zorg- en hulpsysteem. Het kindertal is een factor bij de vraag naar ondersteuning. In het algemeen geldt: hoe meer kinderen, hoe meer ondersteuning wordt gevraagd bij het opvoeden. Maar dit geldt niet voor gezinnen met Turkse of Marokkaanse achtergrond. Ook als daar veel kinderen zijn, wordt er toch weinig hulp gevraagd (Kleijnen e.a., 2010).

Bronnen

  • Bornstein, M.H. en Y. Bohr (2011). Immigration, Acculturation and Parenting  pdf, in: Tremblay, R.E., M. Boivin, R.DeV. Peters, red. 'Encyclopedia on Early Childhood Development'. Montreal, Quebec, Centre of Excellence for Early Childhood Development; 2011: 1-8.
  • Durgel, E. (2011). 'Parenting beliefs and practices of Turkish immigrant mothers in Western Europe'. Tilburg: Tilburg University.
  • Keulen, A. van, en Beurden, A. van (2006). 'Van alles wat meenemen. Diversiteit in opvoedingsstijlen in Nederland'. Bussum, Uitgeverij Coutinho.
  • Kleijnen, E., A. van den Broek en S. Keuzenkamp (2010).'Naar Hollands gebruik? : verschillen in gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid tussen autochtonen en migranten'. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
  • Meander (2007). 'Omgaan met pubers in verschillende culturen: beschrijving van een project voor opvoedingsondersteuning van migrantenouders'. Alphen aan de Rijn, Meander, regionaal centrum maatschappelijke ontwikkeling.
  • Pels, T., Distelbrink, M. en Postma, L. (2009). 'Opvoeding in de migratiecontext. Review van onderzoek naar de opvoeding in gezinnen van nieuwe Nederlanders'. Utrecht, Verwey-Jonker Instituut.
  • Zeijl, E. (2005). 'Gezin en opvoeding', in: 'Kinderen in Nederland'. Den Haag/Leiden: SCP Sociaal Cultureel Planbureau/TNO Kwaliteit van Leven.

Verder lezen: