
Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.
Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.
Triple P
Methode van positief opvoeden die het Nederlands Jeugdinstituut verspreidt.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
|
|
Belangrijke onderwerpen in het nationale beleid rond de geboorte zijn:
De wet geeft als omschrijving van ouderlijk gezag: de plicht en het recht om een minderjarig kind, een kind jonger dan 18 jaar, te verzorgen en op te voeden (Burgelijk Wetboek, artikel 247 lid 1 Boek 1). Onder opvoeden vallen naast het verschaffen van onderdak, voeding en verzorging ook zaken als de keuze van de woonplaats, de schoolkeuze, de toestemming voor medische behandeling, de beslissing over de toetreding tot een kerkgenootschap en het aanvragen van een paspoort. Ook het beheer van de financiën van de minderjarige is onderdeel van het gezag. Daarnaast zijn de ouders de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en hebben zij een onderhoudsplicht totdat het kind 21 jaar wordt. Bij onenigheid tussen ouders over de uitoefening van hun gezag, kunnen zij hun meningsverschil aan de rechter voorleggen. Uitgangspunt is dat het gezag wordt uitgeoefend in het belang van het kind. Dit is in overeenstemming met de Universele verklaring van de Rechten van het Kind. 'Ouders (...) hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikeling van het kind (artikel 18, lid 1).
Op de website van de rijksoverheid vindt u meer informatie over erkenning en gezag.
De juridische band tussen vader en kind ontstaat wanneer de vader het kind erkent. De wettelijke erkenning van het ouderschap wordt ook wel de 'familierechtelijke betrekking' genoemd. Door deze juridische band is de vader verplicht het kind te onderhouden en krijgt het kind recht op zijn nalatenschap. Om erkend te worden als ouder is de vader verplicht binnen drie dagen na de geboorte bij de gemeente aangifte te doen van de geboorte van zijn kind. Als de vader ontbreekt of verhinderd is, moet iemand die bij de bevalling van het kind aanwezig is geweest, de aangifte doen. De moeder wordt automatisch door de wet erkend als ouder.
Meer informatie over erkenning vindt u op de website van de Rijksoverheid.
Ook een man die niet getrouwd is met de moeder van een kind kan officieel het vaderschap op zich nemen door het te erkennen. Dit kan al voor de geboorte gebeuren en heet dan het 'erkennen van de ongeboren vrucht'. Hiervoor kunnen beide ouders bij de rechtbank een verzoekschrift indienen.
Meer informatie over naamswijziging vindt u op de website van de Dienst Justis, de screeningsautoriteit van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Als twee vrouwen een kind krijgen, komt het kind op naam van de biologische moeder te staan. De zorgmoeder die ook de dagelijkse zorg voor het kind voor haar rekening neemt, krijgt niet automatisch een juridische relatie tot het kind, ook niet als zij getrouwd is met de biologische moeder. Door veranderingen in het familierecht is het wel mogelijk het gezag goed te regelen.
Ouders kunnen samen kiezen welke achternaam hun eerste kind krijgt. Dat kan de naam van de moeder óf van de vader zijn. Deze keuze is eenmalig en geldt voor alle volgende kinderen in het gezin. Ook ouders die niet getrouwd zijn, kunnen kiezen tussen de achternaam van de moeder en die van de vader. Deze keuze vindt plaats bij de erkenning door de vader. Kiezen zij voor de achternaam van de vader, dan moeten zij hierover samen een verklaring afleggen voor de burgerlijke stand.
Meer informatie: ministerie van Justitie.
De nota gezinsbeleid 2008 met de titel 'De kracht van het gezin', van het kabinet Balkenende IV, ging in op onderwerpen als afnemende vruchtbaarheid vanaf het dertigste levensjaar, de stijgende leeftijd van de moeder bij de geboorte van het eerste kind, het aantal gewenste kinderen, de gerealiseerde kinderwens en kinderloosheid. De nota bouwt voort op het rapport van Raad voor de Volksgezondheid en Zorg 'Uitstel van ouderschap: medisch of maatschappelijk probleem?' (2007). De beleidsmaatregelen van het ministerie waren gericht op het verspreiden van informatie over de medische gevolgen van het uitstel van ouderschap. Die kennis kunnen mensen benutten bij hun keuze over het moment waarop zij kinderen willen krijgen.
In 2010 berekende ivf-arts De Graaff de kosten van zwangerschap op hogere leeftijd op drie tot vijf miljoen per jaar (exclusief de kosten van mogelijke complicaties).
Meer informatie: zie beleidsstukken
Aandacht voor kindermishandeling begint in het overheidsbeleid al voor de geboorte. Het actieplan 'Kinderen Veilig Thuis' van het ministerie voor Jeugd en Gezin (Regeringsperiode Balkendende IV) ging niet specifiek in op de bestrijding van kindermishandeling rond de geboorte. Wel werd beschreven bij universele preventie van kindermishandeling dat er er kort vóór of kort na de geboorte van het kind groepsbijeenkomsten voor alle ouders zouden moeten zijn waarin zij voorlichting krijgen over opvoeden en de gezamenlijke ouderrollen.
Meer informatie: zie beleidsstukken en dossier kindermishandeling.
Zwangere vrouwen die werkneemster zijn, hebben recht op zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Zelfstandigen hebben onder bepaalde voorwaarden recht op zwangerschapsverlof. Ook vrouwen die werkloos zijn en een WW-uitkering, ziektewetuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, hebben recht op zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Vanaf zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum kunnen vrouwen het zwangerschapsverlof opnemen. Na de bevalling hebben ze recht op tien weken bevallingsverlof.
Op de website van de rijksoverheid vindt u meer informatie over zwangerschaps- en bevallingsverlof en de Zelfstandig en Zwangerregeling. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt ook informatie over de andere verlofregelingen voor ouders via de site Rijksoverheid.
Wat het verlof van moeders van couveusekinderen betreft, maakte minister Kamp (Sociale Zaken) begin 2011 bekend dat hij van plan is het verlof van deze moeders, zodra het het kind thuis is, te verlengen tot 10 weken.