Home  > Kennis  > Dossiers  > Geboorte  > Gezinsleven > Tijdsbesteding

Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.

Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.

Triple P
Methode van positief opvoeden die het Nederlands Jeugdinstituut verspreidt.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links

Tijdsbesteding

De komst van het eerste kind brengt vooral voor moeders veranderingen in hun tijdsbesteding mee. De combinatie van werk en gezin leidt ertoe dat vrouwen minder gaan werken of stoppen met werken, terwijl het arbeidspatroon van vaders nauwelijks verandert. Dat verschil tussen mannen en vrouwen gaat vaak gepaard met een ongelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen in huishouden en zorg. Tenzij de grootouders bijspringen. Meer informatie over werk en ouders in het algemeen staat in het dossier Werkende ouders.

Meer moeders blijven even lang werken

De geboorte van hun eerste kind is voor vrouwen steeds minder vaak een reden om minder uren te gaan werken. In de periode 2006-2008 bleef 40 procent van de jonge moeders hetzelfde aantal uren werken. Een aantal jaren daarvoor was dit 34 procent.
Het aandeel moeders dat minder uren ging werken nam af van 36 naar 31 procent. Het percentage moeders dat volledig stopt met werken daalde van 13 naar 10 procent. Een constante 15 procent van de moeders had zowel voor als na de geboorte geen betaald werk (CBS 2009). Zie ook het dossier Werkende ouders.

Werkweek tussen 20 en 27 uur populair

De komst van het eerste kind is vooral bij vrouwen met fulltimebanen van invloed op de arbeidsduur. Van de vrouwen die in de periode 2006 tot 2008 moeder zijn geworden, werkte 43 procent voor de geboorte fulltime. Kort na de geboorte werkte 18 procent fulltime, maar dit percentage daalde naar 10 procent bij moeders met een kind van 1 of 2 jaar oud. Een mogelijke verklaring voor deze verdere afname is dat de contractuele arbeidsduur pas wordt verkort nadat het ouderschapsverlof gebruikt is. Een arbeidsduur tussen 20 en 27 uur per week blijkt het populairst onder moeders (CBS 2009).

Lageropgeleide moeders werken minder

Vooral laagopgeleide moeders stoppen met werken na geboorte eerste kind. In de periode 2007-2009 stopte gemiddeld 27% van de laagopgeleide vrouwen met werken na de geboorte van het eerste kind, wat veel vaker is dan onder de middelbaar of hoogopgeleide moeders (12% en 6%). Daarnaast ging 37% van de laagopgeleide moeders minder uren werken na de komst van de eerste. Middelbaar opgeleide moeders blijven ongeveer even vaak hetzelfde aantal uren werken als dat zij minder uren gaan werken. Van de hoogopgeleide moeders blijft 58% evenveel uren werken. (Emancipatiemonitor 2010).

Eerste kind grootste verandering

Het arbeidspatroon van moeders verandert het sterkst bij de geboorte van het eerste kind. Als er meer kinderen komen of als de kinderen ouder worden, zijn de veranderingen minder groot. Zo gaat na de geboorte van het tweede kind 12 procent van de moeders minder werken of stoppen met werken. En na het derde kind of meer stopt nog eens 9 procent (Mol 2008).

Invloed leeftijd kind

Minder dan tien procent van de moeders gaat meer of minder werken als de kinderen ouder worden. Daardoor verandert de gemiddelde arbeidsduur van vrouwen met ouder wordende kinderen minimaal (Mol 2008).

Arbeidspatroon vaders

Mannen veranderen hun arbeidsduur nauwelijks na de geboorte van hun eerste kind. Tussen 2006 en 2008 bleef 87 procent van de vaders hetzelfde aantal uren werken. Slechts 5 procent ging minder werken. Van alle jonge vaders heeft 85 procent een fulltimebaan en 8 procent een grote deeltijdbaan van tussen de 28 en 34 uur (CBS 2009).

Totale tijdsbesteding neemt toe

Onderzoekers verstaan onder de 'totale tijdsbesteding' van mensen de optelsom van betaalde en onbetaalde arbeid. Deze totale tijdsbesteding van paren zonder kinderen ligt voor mannen en vrouwen rond de 51 uur. Dat is lager dan de totale tijdsbesteding van paren met kinderen. Voor paren met een kind onder de 5 jaar ligt de totale tijdsbesteding van vrouwen 10 uur hoger en bij mannen 13 uur hoger dan bij paren zonder kinderen. Dat komt doordat ouderparen veel meer tijd besteden aan onbetaald werk dan kinderloze paren (Emancipatiemonitor 2008).

Moeders doen meer aan huishouden en zorg

Gemiddeld besteden moeders volgens de Emancipatiemonitor (2008) twee keer zoveel tijd aan huishoudelijk werk en aan zorg voor leden van het gezin dan vaders. De totale tijdsbesteding aan onbetaalde en betaalde arbeid van vaders is drie uur meer dan bij moeders. Van paren met een jongste kind tussen de 0 en 5 jaar is de taakverdeling als volgt:

  • vrouwen besteden 47,4 uur aan onbetaalde arbeid en 14,0 aan betaalde arbeid: totaal 61,5 uur;
  • Mannen besteden 23,1 uur aan onbetaalde arbeid en 41,5 uur aan betaalde arbeid: totaal 64,6 uur.

Totstandkoming taakverdeling

Stefanie Wiesman (2010) onderzocht de totstandkoming van de taakverdeling van echtparen bij de geboorte van het eerste kind. Zij noemt in haar proefschrift 'Negotiation in couples' transition to parenthood' drie mechanismes die bijdragen aan het ontstaan van een klassieke taakverdeling tussen mannen en vrouwen. Ten eerste bespreken de paren weinig expliciet hun wensen en verwachtingen over de taakverdeling als ouders. Ten tweede ontstaat er een proces waarbij de moeder verlof heeft en vader weer snel gaat werken. Hierdoor kan de moeder meer ervaring opbouwen in de verzorging van het kind en zo wordt zij ook na het verlof hoofdverantwoordelijke voor de zorg. Een derde belangrijke oorzaak is de ambivalente gevoelens van jonge moeders en vaders. Aan de ene kant willen zij een gelijke verdeling van arbeid en zorg, maar tegelijkertijd voelen ze zich vaker eindverantwoordelijk voor hun klassieke, seksespecifieke taken. Het onderzoek van Wiesman sluit aan bij een kwalitatief onderzoek van de voormalige Nederlandse Gezinsraad. Zij concludeerde in 2003 dat naarmate partners een gelijkere verdeling van de taken nastreven ze vaker praten over dit onderwerp. Over het algemeen vinden deze gesprekken vooral vlak voor of na de geboorte plaats. Ze blijven echter beperkt tot de zorgtaken, terwijl de verdeling van de extra huishoudelijke taken niet aan de orde komt.

Evenredige taakverdeling

Paren die een gelijke taakverdeling nastreven hebben meer overleg over alledaagse zaken, zoals wie de boodschappen doet, wie het kind haalt en brengt en wie er voor het zieke kind zorgt. Partners met een vaste taakverdeling hebben minder afstemmingsmomenten en daardoor ook minder overleg (NGR 2003).

Grootouders springen bij

Moeders met jonge kinderen werken aanzienlijk meer uren wanneer de grootouders hen huishoudelijk werk uit handen nemen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Anne van Putten (2009). Kennelijk heeft het betaald werken van moeders niet alleen met de kinderopvang te maken, maar ook met het uit handen kunnen geven van het huishouden.

Bronnen

  • CBS (2009), 'Steeds minder vrouwen gaan korter werken na geboorte eerste kind', in: Webmagazine CBS, 29 augustus 2009.
  • Mol, M.(2008), 'Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders', in: Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal 2008, Heerlen, CBS.
  • Putten van, A.E. (2009), 'The role of intergenerational transfers in gendered labour patterns', Amsterdam, KNAW Press.
  • NGR (2003), 'De Glazen Tussenwand'. Den Haag.
  • Wiesman, S. (2010), 'Negotiation in couples' transition to parenthood'. Utrecht, ICS Utrecht University.
  • SCP en CBS (2011), 'Emancipatiemonitor 2010'. Den Haag.