Hilde  Kalthoff Hilde Kalthoff is pedagoge en heeft jarenlang gewerkt met kinderen die met armoede te maken hadden.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Netwerk

Voor arme ouders en hun kinderen kan een sociaal netwerk beschermend werken. Een aantal ouders kan net rondkomen doordat ze beschikken over een sociaal vangnet (Van der Hoek 2005). Ook bij het opvoeden is sociale steun belangrijk. Laagopgeleide, alleenstaande ouders ontbreekt het vaak aan deze steun.

Sociale steun bevordert positief opvoeden

Ouders geven er de voorkeur aan om met andere ouders in hun informele netwerk over opvoeding te praten, maar ervaren het daadwerkelijk bespreken van de opvoeding van hun eigen kinderen als taboe. Dit blijkt uit een inventarisatie van opvoedvragen van het Trimbosinstituut (Speetjens 2009). Volgens Greet Geenen (2007), die onderzoek deed onder Belgische moeders, is voor steun bij de opvoeding een betrokken en betrouwbare relatie nodig met anderen die de invloed van armoede op ouders begrijpen en die ouders een gevoel van eigenwaarde kunnen geven. Als ouders zich gesteund voelen, zijn zij op hun beurt weer beter in staat ondersteuning te bieden aan hun kind. Naarmate ouders een ondersteunend netwerk hebben, neemt negatief opvoedingsgedrag, zoals schreeuwen tegen kinderen en kinderen slaan, af en neemt positief opvoedingsgedrag toe zoals knuffelen en complimenten geven (Hermanns 2005).

Sociale steun bevordert ouder-kindrelatie

Amerikaanse onderzoekers laten zien dat sociale steun niet alleen een directe relatie heeft met positief opvoeden, maar ook indirect, via minder frustratie en depressie, gerelateerd is aan een betere ouder-kindrelatie (Lee e.a. 2009). Volgens de Belgische psychologe Lieve Vanhee (2009) kan een goede ouder-kind relatie en positief opvoeden de negatieve invloed van armoede tegengaan. Een voorwaarde hiervoor is voldoende maatschappelijke ondersteuning van het ouderschap en van het gezin.

Lager opgeleide moeders missen vaker steun

Uit een onderzoek van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, staan laagopgeleide moeders vaker voor situaties in de opvoeding waarmee ze niet weten om te gaan, maar vragen het minst hulp en advies bij het opvoeden terwijl ze er wel veel behoefte aan hebben (Van Egten e.a. 2008). Alleenstaande migrantenmoeders kunnen in een sociaal isolement terechtkomen, vooral in groepen waarin alleenstaand ouderschap na een echtscheiding traditioneel gezien minder gangbaar is, zoals bij Turkse, Marokkaanse en Hindoestaans-Surinaamse Nederlanders en vluchtelingen (Pels 2009).

Stigmatisering

Uit onderzoek van cultureel antropologe Annelou van Ypeij (2009) naar de betekenis van langdurige armoede voor alleenstaande moeders van Nederlandse afkomst en moeders van Afro-Surinaamse en Antilliaanse afkomst blijkt dat alleenstaande ouders er alles aan doen om als een goede moeder te worden gezien. Desalniettemin hebben ze vaak last van stigmatisering in de eigen familie, in hun omgeving en bij officiële instanties. Zeker bij autochtone moeders is er in de eigen familie veel afkeuring en weinig steun. Moeders krijgen het gevoel dat hun situatie hun eigen schuld is en dat ze het zelf maar moeten oplossen. Door de sociale controle zijn deze moeders voortdurend bang om te worden 'verklikt' bij de sociale dienst als ze met een man zijn. Moeders die afkomstig zijn uit een meer matrificale cultuur trekken zich vaak minder aan van stigmatisering, zijn beter voorbereid op armoede en ervaren meer steun van andere vrouwen.

Bronnen

  • Egten, C. van, E. Zeijl, S. Hoog, C. de Nankoe, E. Petronia (2008), ‘Gezinnen van de toekomst. Opvoeding en opvoedingsondersteuning’. Den Haag: E-Quality.
  • Geenen, G. (2007), ‘Intergenerationele overdracht van gehechtheid bij Belgische moeders en kinderen die in extreme armoede leven: een meervoudige gevalsstudie’. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.
  • Hermanns, J., F. Öry en G. Schrijvers (2005), ‘Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen’. Utrecht: Inventgroep.
  • Lee, C., J. Anderson, J. Horowitz, G. August (2009), ‘Family income and parenting: the role of parental depression and social support’, in: 'Family Relations, interdisciplinary journal of applied family studies'. Jaargang 58, nummer 4, p. 417-430.
  • Pels, T., M. Distelbrink en L. Postma (2009), ‘Opvoeding in de migratiecontext. Review van onderzoek naar de opvoeding in gezinnen van nieuwe Nederlanders’. Utrecht: Verweij-Jonker Instituut.
  • Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (2009), ‘Investeren rondom kinderen’. Den Haag: RMO & RvVZ.
  • Speetjens, P., D. van der Linden en F. Goossens (2009), ‘Kennis over opvoeden. De vragen van ouders, het aanbod van de overheid en de mogelijkheden van de markt’. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Van der Hoek, T. (2005), ‘Through children's eyes, an initial study of children's personal experiences and coping strategies growing up poor in an affluent Netherlands’. Florence: Unicef Innocenti Working paper No. 2005-05.
  • Ypeij, A. (2009), ‘Single motherhood and poverty. The case of the Netherlands’. Amsterdam: Aksant.