
Hilde Kalthoff is pedagoge en heeft jarenlang gewerkt met kinderen die met armoede te maken hadden.
Stel een vraag
|
|
Onder armoede wordt verstaan: mensen die te weinig inkomen en bezittingen hebben, gemeten naar de gemeenschappelijke opvattingen over wat iemand nodig heeft om een menswaardig bestaan te leiden. Er zijn verschillende inkomensgrenzen die gebruikt worden om te meten hoeveel mensen in armoede leven. We gebruiken vooral cijfers van de 'lage-inkomensgrens', die gebaseerd is op koopkracht, omdat deze cijfers goed te vergelijken zijn tussen bevolkingsgroepen en door de jaren heen. Deze definitie komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor de vergelijking van regio's in Nederland gebruiken we cijfers over de beleidsmatige armoedegrens, ook van het CBS.
Armoede volgens de lage-inkomens grens
Volgens de definitie van armoede op basis van de lage-inkomensgrens is er sprake van armoede als het inkomen onder een bepaalde koopkracht-norm ligt. Koopkracht is het bedrag waarmee door de jaren heen hetzelfde aangeschaft kan worden. Omdat de lage-inkomensgrens is gebaseerd op koopkracht, kan die gebruikt worden om armoede door de tijd heen en onder verschillende bevolkingsgroepen te vergelijken. Het huishoudinkomen wordt omgerekend naar het inkomen van een alleenstaande en naar prijzen van het jaar 2000. De koopkracht-norm is ongeveer hetzelfde als de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft cijfers volgens deze definitie naast cijfers volgens de beleidsmatige armoedegrens.
Beleidsmatige armoedegrens
Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals de politiek dat heeft vastgesteld voor bepaalde huishoudens. Voor een ouderpaar met uitsluitend minderjarige kinderen is het sociaal minimum gelijk aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de leeftijdsafhankelijke kinderbijslag. Deze definitie heeft als nadeel dat het aantal 'armen' verandert met het veranderen van de hoogte van uitkeringen. Dat maakt deze beleidsmatige armoedegrens minder geschikt voor vergelijkingen door de jaren heen en tussen bevolkingsgroepen.
Budgetgerelateerde armoedegrens
De budgetgerelateerde armoedegrens wordt sinds 2006 gebruikt. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de bestedingen die minimaal noodzakelijk zijn voor een eenpersoonshuishouden volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Voor een meerpersoonshuishouden wordt dit bedrag aangepast. De budgetgerelateerde armoedegrens werd gelanceerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Er bestaan twee varianten. Een lage variant, gebaseerd op wat als volstrekt minimaal is te beschouwen: de basisbehoeften, de uitgaven voor voedsel, kleding, wonen en enkele overige posten zoals vervoer, extra ziektekosten, persoonlijke verzorging en wasmiddelen. Daarnaast bestaat de variant 'niet veel, maar toereikend', waarin ook bescheiden uitgaven zijn opgenomen voor recreatie, lidmaatschap van een bibliotheek, een sport- of hobbyvereniging, een abonnement op een krant en tijdschrift, en een huisdier.
Armoede en sociaal-economische status
Soms worden de begrippen 'armoede' en 'een lage sociaal-economische status (SES)' door elkaar gehaald. Hoewel mensen die in armoede leven vaak een lage sociaal-economische status hebben, betekenen de begrippen niet precies hetzelfde. Armoede heeft te maken met het geld dat men te besteden heeft en de levensstandaard die daaruit voortkomt. De sociaal-economische status heeft ook te maken met de sociale positie die mensen hebben in de maatschappij. Om deze status van iemand te bepalen wordt - naast het inkomen - meestal ook gekeken naar opleidingsniveau of beroepsstatus. Voor het bepalen van armoede wordt meestal alleen gekeken naar het inkomen.