Risicofactoren
Waarom hangen jongeren rond op straat? Jongeren kunnen op straat rondhangen omdat het ontspanning geeft, de uitwisseling van ervaringen op straat hen steun kan geven en omdat de straat een plek is waar ze hun eigen identiteit kunnen ontwikkelen. Maar jongeren kunnen ook gewoon uit verveling rondhangen. Daarnaast hangen jongeren op straat rond door een gebrek aan alternatieven als gevolg van hun leeftijd, financiële positie en beperkte bewegingsruimte thuis. Deze verklaring geeft de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in het advies 'Tussen flaneren en schofferen' (2008).
Soms ervaren buurtbewoners het gehang van jongeren als overlastgevend. De RMO vindt dat overlastproblemen van hangjongeren het beste begrepen kunnen worden door ook te kijken naar interactiepatronen met de omgeving. Ze beschrijft daarom in haar advies hoe conflicten uit de hand kunnen lopen door ongelukkige interacties tussen hangjongeren en omwonenden en andere betrokkenen.
Verschillende risicofactoren
In onderstaande tekst wordt aandacht besteed aan risicofactoren voor lidmaatschap van een jeugdbende. Hoewel lidmaatschap van een jeugdbende niet hetzelfde is als het veroorzaken van overlast, zijn er grote overeenkomsten in de operationalisatie van de begrippen overlast, problematische jeugdgroepen en jeugdbendes.
Onderzoek laat zien dat er inderdaad een verband is tussen verveling in de vrije tijd en delinquentie en risicogedrag. Delinquentie gaat vervolgens weer vaak vooraf aan lidmaatschap van een jeugdbende. De kans dat een jongere lid wordt van een jeugdbende wordt vergroot door een opeenstapeling van risicofactoren. Het gaat hierbij om:
-
Intrapersoonlijke factoren: zoals een laag zelfvertrouwen of gedragsproblemen. Andere voorspellende intrapersoonlijke factoren voor lidmaatschap van een jeugdbende zijn seksueel actief zijn op jonge leeftijd, drinken en drugs gebruiken of het hebben van antisociale of delinquente opvattingen. Ook spelen het verlangen naar beloningen van de groep, zoals status, zelfvertrouwen en bescherming een rol. Jongeren lopen ook een grotere kans om lid te worden van een jeugdbende als ze agressief of gewelddadig zijn of als ze delinquent gedrag vertonen.
-
Gezinsfactoren: kinderen die verwaarloosd of mishandeld zijn, lopen meer kans om lid te worden van een jeugdbende. Andere gezinsgebonden risicofactoren zijn conflicten in het gezin of tienervaderschap. Ook veel wisselingen in de verzorgers en slecht gezinsmanagement (zoals geringe supervisie door de ouders) zijn belangrijke voorspellende gezinsfactoren.
-
Schoolfactoren: slechte schoolresultaten en lage betrokkenheid bij school zijn belangrijke risicofactoren. Als leraren een leerling negatief bestempelen wordt de kans ook groter dat een jongere zich aansluit bij een jeugdbende. Hetzelfde geldt voor zich onveilig voelen op school.
-
Factoren bij leeftijdsgenoten: omgaan met antisociale en agressieve delinquente leeftijdsgenoten is een belangrijke risicofactor voor lidmaatschap van een jeugdbende.
-
Factoren in de samenleving: buurtfactoren zoals armoede en werkloosheid zijn risicofactoren voor lidmaatschap van een jeugdbende. Een andere buurtgebonden risicofactor is het wonen in buurten waar veel andere jongeren in de problemen zitten of waar de jongeren zich zelf onveilig voelen. Ook een lage sociale cohesie, hoge mobiliteit en de verkrijgbaarheid van vuurwapens en drugs zijn belangrijke risicofactoren.
De aantrekkingskracht van jeugdbendes
In Amerikaans onderzoek worden diverse aantrekkingsfactoren voor lidmaatschap van jeugdbendes genoemd. Jongeren worden volgens eigen zeggen lid voor bescherming, voor het plezier, voor respect of om het geld. Daarnaast vergroot het hebben van gezinsleden of vrienden die lid zijn van een bende de kans dat de jongere hier zelf ook lid van wordt.
Meer informatie over risicofactoren voor delinquentie vindt u in het dossier Delinquentie.
Bronnen
-
Cahill, M., Coggeshall, M., Hayeslip, D., Wolff, A., Lagerson, E., Scott, M. L., Davies, E., Roland, K., & Decker, S. (2008). Community collaboratives addressing youth gangs: Interim findings from the gang reduction program. Washington DC: Urban Institute, Justice Policy Center.
-
Esbensen, F. A. (2000). Preventing adolescent gang involvement. OJJPD Juvenile Justice Bulletin.
-
Howell, J. C. (1998). Youth gangs: An overview. OJJPD Juvenile Justice Bulletin.
-
Howell, J. C. (2010). Gang prevention: An overview of research and programs. OJJPD Juvenile Justice Bulletin.
-
Howell, J. C., & Egely, A. (2005). Moving risk factors into developmental theories of gang membership. Youth Violence and Juvenile Justice, 3(4), 334-354.
-
Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (2008). Tussen flaneren en schofferen: Een constructieve aanpak van het fenomeen hangjongeren. Den Haag: Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.
-
Wegner, L., & Flisher, A. J. (2009). Leisure boredom and adolescent risk behaviour: A systematic literature review. Journal of Child and Adolescent Mental Health, 21(1), 1–28.
-
Wood, J., & Alleyne, E. (2010). Street gang theory and research: Where are we now and where do we go from here? Aggression and Violent Behavior 15, 100–111.
-
Wyrick, P. (2006). Gang prevention: How to make the “front end”of your anti-gang effort work. United States Attorneys' Bulletin, 54(3), 52-60.
- Wyrick, P. A. & Howell, J. C. (2004). Strategic risk-based response to youth gangs. Juvenile Justice, 9(1), 20-29.