Zakwoordenboek Jeugd
Uitleg van duizenden begrippen in jeugdzorg, opvoeding, (jeugd)gezondheidszorg, onderwijs en wetgeving.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Erik Jan  de Wilde Erik Jan de Wilde is specialist op het gebied van de preventie en aanpak van emotionele problemen van jongeren.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Kenniscentra

Instrumenten

Er zijn allerlei instrumenten waarmee beoordeeld kan worden of een kind of jongere op meerdere gebieden problemen ervaart. Sommige instrumenten zijn bedoeld om gelijktijdige stoornissen te diagnosticeren. Andere zijn alleen geschikt om vroegtijdig te signaleren of er problemen zijn die mogelijk om verder diagnostisch onderzoek vragen.

Gestructureerde interviews

Het gelijktijdig voorkomen van stoornissen is alleen na te gaan met een (semi-)gestructureerd interview. Gestructureerde interviews moeten altijd afgenomen worden door een psycholoog of orthopedagoog die de bevoegdheid heeft om psychodiagnostisch onderzoek uit te voeren. De volgende instrumenten zijn hiervoor geschikt:

Vragenlijsten

Daarnaast bestaan er vragenlijsten om vroegtijdig te signaleren en te screenen (voorlopig onderzoeken) of een kind problemen heeft. De hieronder genoemde vragenlijsten meten een breed spectrum aan problemen. Veelgebruikte vragenlijsten in de jeugdzorg zijn de 'Child Behavior Checklist', 'Teacher's Report Form' en 'Youth Self Report'. Voor de jeugdgezondheidszorg is de 'Strengths and Difficulties Questionnaire' (SDQ) een geschikt vroegsignaleringsinstrument. Met een vragenlijst alleen kan niet bepaald worden of er meerdere stoornissen gelijktijdig aanwezig zijn. Daarvoor heeft een hulpverlener altijd een (semi-)gestructureerd interview nodig.

Leeftijdsgroepen

Van veel vragenlijsten kan alleen een psycholoog of orthopedagoog de scores interpreteren en beoordelen. Een paar, waaronder de 'Development and Well-Being Assessment' en de SDQ, kunnen ook door een jeugdhulpverlener, maatschappelijk werker of jgz-verpleegkundige gebruikt worden. De meeste van de hieronder genoemde vragenlijsten kunnen gebruikt worden bij kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar. Een uitzondering daarop vormen de 'Gedragsvragenlijst voor Kleuters', de jongerenversie van de 'Minnesota Multiphasic Personality Inventory' en de 'Youth Self Report'. Deze vragenlijsten zijn voor beperktere leeftijdsgroepen bedoeld.

De vragenlijsten zijn onder te verdelen in instrumenten voor vroegsignalering en instrumenten voor signalering en screening.

Vroegsignalering

Vroegsignalering kan tot de constatering leiden dat er mogelijk sprake is van (een risico op) problemen. Er wordt op zoek gegaan naar beginnende of toekomstige problemen, door te kijken naar signalen of risicofactoren. Bij vroegsignalering voert een hulpverlener een brede inventarisatie uit zonder de problemen waarnaar gezocht wordt al duidelijk af te grenzen. 

Signalering en screening

Bij een screening wordt een eerste analyse gemaakt van een probleem. De bedoeling is te onderzoeken of een specifiek probleem aanwezig is en hoe ernstig de klachten zijn. Screeningsinstrumenten kunnen geen betrouwbaar onderscheid maken tussen mensen met een stoornis en mensen zonder die stoornis. Screening levert geen diagnose op, maar alleen een redelijk vermoeden dat er iets aan de hand is als iemand een verhoogde score heeft op een screeningsinstrument. Dit vermoeden moet in een volgende fase worden getoetst door middel van diagnostiek.