
Methodieken Pedagogische Kwaliteit
Databank met methodieken die pedagogische kwaliteit van jeugdvoorzieningen versterken.
Wij doen mee met VVE (2011)
Ervaringen van kinderdagverblijven in Amsterdam Zuidoost.
Zelfevaluatie (2010)
Om de kwaliteit van kinderdagverblijven te kunnen evalueren en beoordelen is een intrument ontwikkeld.
Ontwikkeling, Opvang en Onderwijs voor 0- tot 12-jarigen
Expertisecentrum dat kennis verspreidt voor kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
test
Stel een vraag
|
|
De overheid noemt de volgende argumenten om te harmoniseren:
Doordat VVE-programma’s geconcentreerd zijn in peuterspeelzalen komen risicokinderen vooral daar terecht. Volgens onderzoek zijn gemengde groepen beter voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en de onderwijskansen van de kinderen uit risicogezinnen. Gemengde groepen zijn groepen waarin kinderen met verschillende achtergronden zitten: kinderen van hoog en laag opgeleide ouders en uit gezinnen met verschillende etnische achtergronden. De kinderen met ontwikkelingsproblematiek kunnen zich in gemengde groepen optrekken aan de andere kinderen. Dit effect is bijvoorbeeld gevonden in een grootschalig onderzoek 'Effective Provision of Pre-School Education' in Engeland. Ook onderzoek van Belsky (2009) wijst er op dat een eenzijdige groepssamenstelling effect heeft op het gedrag van kinderen.
Uit onderzoek blijkt dat deelname aan een programma voor taalstimulering in de voorschoolse periode positieve effecten heeft mits dat programma onder de juiste voorwaarden wordt uitgevoerd (Leseman en van der Leij, 2004; Doolaard en Leseman, 2008). In peuterspeelzalen worden meer taalstimuleringsprogramma’s uitgevoerd dan in kinderdagverblijven. Harmonisatie door samenwerking of integratie bevordert de toegang tot VVE voor alle kinderen die dat nodig hebben. Onder andere doordat VVE ook in kinderdagverblijven vaker wordt aangeboden.
De kwaliteitsregels voor kinderdagverblijven zijn scherper geformuleerd en beter vastgelegd dan die voor peuterspeelzalen. De verhouding tussen het aantal leidsters en kinderen, de 'leidster-kind ratio', is in kinderdagverblijven één leidster op 7 kinderen van 2 tot 4 jaar. In peuterspeelzalen is deze ratio niet landelijk vastgelegd, maar soms wel in de gemeentelijke verordening. Het aantal kinderen per leidster wisselt dus per peuterspeelzaal. In de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) wordt met landelijke kwaliteitsregels geregeld dat er minimaal twee leidsters op een groep staan. Het landelijk vastleggen van dergelijke regels voor de peuterspeelzaal zal de kwaliteit van de peuterspeelzaal verhogen.
De meeste VVE-programma’s richten zich op kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar en lopen dus door in de eerste twee groepen van de basisschool. Samenwerking tussen kindercentrum en basisschool moet zorgen voor een doorgaande leerlijn. Voor basisscholen zijn geharmoniseerde voorschoolse voorzieningen beter bereikbaar dan aparte peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Hierdoor kan de overdracht van informatie en de samenwerking in het uitvoeren van het VVE-programma verbeteren.