Home  > Kennis  > Dossiers  > Partnergeweld  > Gezinsleven > Sociaal netwerk

Richtlijn familiaal huiselijk geweld
in de databank Instrumenten en Richtlijnen.

Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
in de databank Instrumenten en Richtlijnen.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Jessica  van Rossum Jessica van Rossum is orthopedagoge en adviseert professionals bij vragen over huiselijk geweld.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Sociaal netwerk

Bij gezinnen waar partnergeweld plaatsvindt is er vaak een groot gebrek aan sociale netwerken rond het gezin. De gezinnen leven meestal in een isolement en de gezinsleden zoeken vaak geen hulp, bijvoorbeeld uit schaamte, angst of loyaliteit. Aan de andere kant hebben ze wel behoefte aan passende ondersteuning.

Sociaal isolement tijdens partnergeweld

Gezinnen waarbij sprake is van partnergeweld, leven vaak in een groot isolement. Uit schaamte kunnen de gezinsleden de situatie thuis verborgen houden. Daarnaast kan de mishandelende partner de ander verbieden om sociale contacten te onderhouden. Door dit isolement is er vaak geen of een heel klein opvoednetwerk. Uitbreiding van het sociale netwerk is dan ook een belangrijk onderdeel van hulpverlening na partnergeweld.

Slachtoffers vragen vaak geen hulp na partnergeweld

Slachtoffers van geweld in de relatie zoeken vaak geen hulp, of pas in een heel laat stadium. Dit heeft te maken met:

  • Angst voor verdere escalatie en dreiging van nieuw geweld;
  • Schaamte en schuldgevoelens;
  • Vaak houden de vrouwen nog van hun man en hopen ze dat de situatie verbetert;
  • Praktische belemmeringen. Vrouwen die weg gaan bij hun partner verliezen hun huis en vaak een deel van hun inkomen. Migrantenvrouwen verliezen vaak hun recht op verblijf in Nederland. Wanneer deze vrouwen minder dan drie jaar in Nederland verblijven zijn zij voor hun verblijfsvergunning vaak afhankelijk van hun partner.

Hulpgedrag van plegers van partnergeweld

Mannen die partnergeweld plegen zoeken niet snel steun en hulp: niet bij familie en vrienden en niet bij professionals. Als ze hulp opzoeken is dat vaak omdat hun partner dat wil of door externe druk vanuit bijvoorbeeld de huisarts of de politie. De belangrijkste reden waarom ze geen hulp zoeken is dat ze ontkennen dat er geweld plaatsvindt, geen problemen ervaren of zich schamen. Wanneer mannen wel hulp zoeken blijken de ouders van de mannen, in het bijzonder de moeder, een belangrijke informele steunbron te zijn. Daarnaast is het maatschappelijk werk een instantie waar mannen vrijwillig hulp zoeken.

Ondersteuningsbehoefte bij opvoeden na partnergeweld

Het Verwey-Jonker Instituut heeft in het onderzoek 'Opvoeden na partnergeweld' (2011) onderzoek gedaan naar de specifieke behoeften van moeders en jongeren aan ondersteuning. Uit het onderzoek blijkt dat na het beëindigen van de relatie met de partner de familie meestal een belangrijke bron van steun is voor moeders en kinderen. De familie kan praktische en emotionele hulp bieden. Wat betreft hulpverlening is er, met name onder allochtonen, waardering voor (laagdrempelige) voorzieningen, zoals de huisarts, school en schoolmaatschappelijk werk.

De kinderen hebben meestal geen sterk sociaal netwerk dat hen kan steunen. School noemen ze vaak als belangrijke plek, waar ze niets verteld hebben over het geweld en waar ze even zorgeloos en vrolijk kunnen zijn. Ondanks dat jongeren zelf liever niet over het geweld praten, adviseren ze kinderen in een gelijke situatie dat wel te doen om te zorgen dat het geweld stopt en om de situatie thuis te verwerken. Alertheid van de omgeving op wat er mogelijk aan de hand is bij jongeren thuis, openheid tegenover de jongeren en een structureel aanbod van bestaande hulpprogramma’s zijn daarbij belangrijk.

De meeste moeders willen voorkomen dat hun kinderen hetzelfde (gewelddadige) gedrag gaan vertonen. Ze vinden voor hun dochters en voor hun zoons gelijkwaardigheid in de partnerrelatie van belang. In de praktijk blijkt dit lastig: moeders die slachtoffer waren van partnergeweld zijn geneigd hun dochters beschermend op te voeden en zonen juist meer vrijheid te geven. Hulpverleners kunnen moeders ondersteunen door hen bewust te maken van dit mechanisme.

In de praktijk spreken hulpverleners vrouwen vaak aan op het niet adequaat beschermen van hun kinderen tegen het geweld. Moeders kunnen hierdoor de nodige ondersteuning missen. Moeders zitten vaak in een dubbelrol: ze zijn zowel slachtoffer van geweld door de partner, als beschermer van de kinderen. Zorgen en opvoeden worden bemoeilijkt als moeders hun eigen leven nog niet op de rails hebben en nog aan het overleven zijn.

Mannen die geweld plegen zijn doorgaans niet gemotiveerd voor hulp. Onderzoek van Lünnemann, Hermens en Roeleveld (2012) laat zien dat mannen die partnergeweld plegen juist op hun vaderrol zijn aan te spreken en te motiveren, omdat zij hun vaderrol willen uitoefenen en de relatie met hun kinderen willen behouden. In de hulpverlening na partnergeweld ligt de nadruk op het stoppen van het geweld in relaties en krijgt vaderschap weinig aandacht. Een uitdaging is het vinden van manieren om mannen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid als vader en ze op dat punt te motiveren tot vrijwillige hulp. Aansluiten bij hun eigen belevingswereld en de sociale context of gemeenschap kan daarbij een stimulans zijn. Tegelijkertijd kan niet iedere man een vaderrol hebben zolang hij niet voldoende veiligheid kan bieden.

Bron

  • Lünnemann, K.D., N. Hermens en W. Roeleveld (2012), ‘Mannen over partnergeweld en vaderschap. Een exploratief onderzoek’. Utrecht, Verwey-Jonker Instituut.
  • Pels, T., K. Lünnemann en M. Steketee (2011), Opvoeden na partnergeweld. Ondersteuning van moeders en jongeren van diverse afkomst. Utrecht, Verwey-Jonker Instituut.
  • RMO & RVZ (2009). 'Investeren rondom kinderen'. Den Haag, Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling / Raad voor deVolksgezondheid en Zorg.