Home  > Kennis  > Dossiers  > Pleeggezin  > Praktijk > Instrumenten

Betere selectie van geschikte pleegouders
Artikel Jeugdkennis (2013)

Werkbladen
Toegankelijke en praktische informatie over 'Wat werkt in de pleegzorg?'.



Mariska  de Baat Mariska de Baat deed literatuur­onderzoek naar de specifieke problemen van pleegkinderen en pleegouders.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video Wat betekent pleegzorg voor het kind en de pleegouders?
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Instrumenten

Er zijn instrumenten die zich specifiek richten op pleegouders of pleegkinderen:

  • Pedagogisch Signaleringsinstrumentarium (PSI) (Van den Bergh en Weterings, 2009). Het PSI is een instrument dat bestaat uit signaleringslijsten die de opvoedingssituatie als geheel in beeld brengen. Er is een specifieke variant voor pleeggezinnen: PSI-P.
  • Beoordelingsboog (Choy en Schulze, 2009). De beoordelingsboog helpt pleegzorgwerkers om een advies te geven over het toekomstperspectief van het kind. De volgende factoren worden daarin mee gewogen: vraag en verwachting ouders en kind, aanleiding pleegzorgplaatsing, resultaat pleegzorghulp, competentie ouders, risicofactoren bij ouders en kind, hulpverleningsgeschiedenis, psychosociale omstandigheden, protectieve factoren, belang van het kind en de overall beoordelingen van de situatie door zowel de pleegzorgwerker, zijn collega’s uit het pleegzorgteam als bureau jeugdzorg.

Naast deze specifieke instrumenten, zijn er algemene instrumenten beschikbaar voor problemen waarvan we weten dat deze vaker voorkomen bij pleegkinderen en pleegouders.

Pleegkinderen

Pleegkinderen hebben doorgaans extra zorg nodig. Dit kan te maken hebben met uiteenlopende problemen, van hechtingsproblemen tot gedragsproblemen en stemmingswisselingen. Om te onderzoeken of kinderen last hebben van hechtingsproblemen zijn instrumenten beschikbaar als de 'Vragenlijst Fundamentele Onthechting' (VFO) en het 'Gehechtheidsbiografisch interview' (GBI). Een voorbeeld van een instrument dat geschikt is voor screening op gedragsproblemen is de ‘Child Behavior Checklist’ (CBCL). Screening van stemmingsproblemen is onder andere mogelijk met instrumenten als de ‘Depressie Vragenlijst voor kinderen’ (DVK) en de ‘Vragenlijst voor Angst bij kinderen’ (VAK). In de dossiers Hechting, Gedragsproblemen en Angst- en stemmingsproblemen vindt u een uitgebreid overzicht van instrumenten die kunnen worden ingezet bij deze problemen.

Pleegouders

Omdat pleegkinderen vaak extra zorg nodig hebben, ervaren pleegouders de opvoeding als meer belastend dan ‘gewone’ ouders. De 'Nijmeegse Ouderlijke Stress Index' (NOSI) en de 'Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie' (NVOS) zijn voorbeelden van instrumenten die gebruikt kunnen worden om het opvoedgedrag, de opvoedbeleving en het netwerk van (pleeg)gezinnen in kaart te brengen. In het dossier Gezinnen vindt u een uitgebreid overzicht van deze instrumenten.

Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten en Richtlijnen.

Bronnen

  • Choy, J. en E. Schulze (2009). 'Kiezen voor kinderen: een nieuw blik op het samenspel in pleegzorg'. Santpoort Zuid/ Amsterdam, Nisto/Spirit.
  • Strijker, J. (2009). 'Kennisboek pleegzorg'. Utrecht, Stili Novi.
  • Weterings, A.M. en P.M. van den Bergh (2009). 'Informatie over het PSI, het Pedagogisch Signaleringsinstrumentarium: instrument voor risicotaxatie van een opvoedingssituatie', in: 'P.M. van den Bergh en A.M. Weterings (Eds.), 'Pleegzorg in perspectief: ontwikkelingen in theorie en praktijk' (p. 353-358). Assen, Van Gorcum.