
Betere selectie van geschikte pleegouders
Artikel Jeugdkennis (2013)
Werkbladen
Toegankelijke en praktische informatie over 'Wat werkt in de pleegzorg?'.
Mariska de Baat deed literatuuronderzoek naar de specifieke problemen van pleegkinderen en pleegouders.
Stel een vraag
|
|
Er zijn instrumenten die zich specifiek richten op pleegouders of pleegkinderen:
Naast deze specifieke instrumenten, zijn er algemene instrumenten beschikbaar voor problemen waarvan we weten dat deze vaker voorkomen bij pleegkinderen en pleegouders.
Pleegkinderen hebben doorgaans extra zorg nodig. Dit kan te maken hebben met uiteenlopende problemen, van hechtingsproblemen tot gedragsproblemen en stemmingswisselingen. Om te onderzoeken of kinderen last hebben van hechtingsproblemen zijn instrumenten beschikbaar als de 'Vragenlijst Fundamentele Onthechting' (VFO) en het 'Gehechtheidsbiografisch interview' (GBI). Een voorbeeld van een instrument dat geschikt is voor screening op gedragsproblemen is de ‘Child Behavior Checklist’ (CBCL). Screening van stemmingsproblemen is onder andere mogelijk met instrumenten als de ‘Depressie Vragenlijst voor kinderen’ (DVK) en de ‘Vragenlijst voor Angst bij kinderen’ (VAK). In de dossiers Hechting, Gedragsproblemen en Angst- en stemmingsproblemen vindt u een uitgebreid overzicht van instrumenten die kunnen worden ingezet bij deze problemen.
Omdat pleegkinderen vaak extra zorg nodig hebben, ervaren pleegouders de opvoeding als meer belastend dan ‘gewone’ ouders. De 'Nijmeegse Ouderlijke Stress Index' (NOSI) en de 'Nijmeegse Vragenlijst voor de Opvoedingssituatie' (NVOS) zijn voorbeelden van instrumenten die gebruikt kunnen worden om het opvoedgedrag, de opvoedbeleving en het netwerk van (pleeg)gezinnen in kaart te brengen. In het dossier Gezinnen vindt u een uitgebreid overzicht van deze instrumenten.
Hieronder vindt u een selectie van beschrijvingen uit de databank Instrumenten en Richtlijnen.