|
|
Het overlijden van een kind geeft veel verdriet bij ieder die het kind heeft gekend, met name bij de broertjes en zusjes, en de grootouders. Steun van de omgeving is van belang voor ouders, maar voorkomt niet altijd het stagneren van het rouwproces.
Rouwdeskundige Maria de Greef (2010) beschrijft het enorme verlies dat opa’s en oma’s doormaken bij het overlijden van hun kleinkind. Grootouders verliezen het kleinkind dat hun zo’n vreugde schonk en lijden onder de pijn die hun dochter of zoon moet doormaken. De interviews van De Greef geven inzicht in het moeilijke proces dat ouders en andere gezinsleden doormaken.
Tussen de ouders en de rest van de omgeving kunnen problemen ontstaan als de rouwverwerking erg van elkaar afwijkt (Buckle 2004). Verder speelt de familie een grotere rol in de rouwverwerking dan vrienden. Ouders die zich gesteund voelen, zijn eerder in staat om hun leven weer enigszins op te pakken (Lister 2006).
Steun aan nabestaanden bij zelfdoding van kinderen is van extra van belang. Ouders ervaren echter een taboe om erover te praten (Maple e.a. 2010). Vaak wordt een gezin dat dit meemaakt geconfronteerd met stigmatisering en soms wordt de zelfdoding door de omgeving scherp veroordeeld. Door de negatieve beeldvorming rond zelfdoding wordt minder snel hulp gezocht (Van 't Erve 2010).
Steun wordt door ouders vaak hoog gewaardeerd. Veel onderzoekers betwijfelen echter of steun 'problematische rouw' kan voorkomen. Henk Schut en Margaret Stroebe (2010), onderzoekers van de Universiteit Utrecht, concluderen uit literatuuronderzoek dat steun weinig invloed heeft op hoe mensen zich emotioneel voelen en dat steun geen problemen bij de rouwverwerking kan voorkomen (Schut en Stroebe 2010). Steun is belangrijk, maar er moet ook niet te veel van worden verwacht, zeggen de onderzoekers. Ieder die te maken krijgt met verlies, moet dit emotioneel zelf verwerken.