Home  > Kennis  > Dossiers  > Overlijden kind  > Onderzoek > Leven met verlies. Ouders na de dood van hun kind


Hilde  Kalthoff Hilde Kalthoff is contactpersoon voor professionals met vragen over het rouwproces.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Leven met verlies. Ouders na de dood van hun kind

Onderzoek naar individuele en relationele factoren die de rouwverwerking beïnvloeden van ouders die een kind hebben verloren.

Centrale vraag uit het onderzoek

Wat zijn de individuele en relationele aspecten van rouw na de dood van een kind? Welke verschillen in verliesverwerking bestaan er tussen beide ouders van een overleden kind en hoe beïnvloedt dit de onderlinge relatie?

Beschrijving

Hoewel het verlies van een kind in een westerse samenleving alom wordt beschouwd als een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die iemand kunnen overkomen, is de literatuur over rouw na de dood van een kind vrij beperkt. Daarnaast is tot nu toe nauwelijks aandacht geschonken aan de interactie tussen ouders. Ten onrechte volgens de onderzoeker. Het feit dat beide ouders in rouw zijn zou een stempel kunnen drukken op zowel het individuele verwerkingsproces als ook op de relatie tussen de ouders.

Een half jaar na de dood van hun kind werden mogelijke deelnemers voor het onderzoek benaderd via de overlijdensberichten die ze voor hun kind in de krant hebben laten zetten. Uiteindelijk hebben 344 ouders (172 paren) aan alle fasen van het onderzoek meegewerkt. Hun overleden kinderen varieerden in leeftijd van doodgeboren tot maximaal 29 jaar. De respondenten werden 6 maanden na de dood van hun kind thuis geïnterviewd. Daarnaast vulden ze elk afzonderlijk een vragenlijst in, 6, 13 en 20 maanden na het verlies.

Door middel van een interview zijn biografische gegevens verzameld van ouders, kind en omgeving rondom het verlies van het kind. In het onderzoek is tevens gebruik gemaakt van acht vragenlijsten, waarmee de mate van verdriet, het omgaan met verlies, het verschil in rouwreacties tussen ouders, psychische klachten, tevredenheid met de huwelijksrelatie, ervaren steun van de partner, acceptatie verschil in rouwverwerking partner en de mate van emotionele instabiliteit (neuroticisme) zijn gemeten.

Onderzoeksinstelling

Onderzoekschool Psychologie en Gezondheid - OPG (UU)

Onderzoekers

Dijkstra, I.C.

Publicatiegegevens

Dijkstra, I.C. (2000). Living with loss. Parents grieving for the death of their child. Utrecht: Utrecht University, Faculty of Social Sciences, Department of Clinical Psychology.

Samenvatting resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat ouders na de dood van hun kind op den duur in sommige opzichten vooruitgaan. Na 20 maanden zijn ze minder depressief, slapen ze beter en laten ze minder rouwreacties zien. Weliswaar blijkt dat ouders minder steun van hun partner ervaren, maar ze blijven wel tevreden over hun relatie. (Het is wel een beperking van dit onderzoek dat ouders die in hun relatie en ook individueel er slechter aan toe zijn, voortijdig zijn gestaakt met deelname aan het onderzoek.) Verschillende variabelen zijn van invloed op het rouwproces. Bijvoorbeeld de leeftijd van het kind, het gegeven of ouders wel of geen kinderen meer kunnen krijgen, en de doodsoorzaak zijn van invloed op de intensiteit van rouwreacties bij ouders. De mate waarin ouders verschillen in verliesverwerking ervaren, lijkt een stempel te drukken op de relatie tussen beide ouders. Hoe meer de reacties tussen ouders variëren, hoe minder ze zich door hun partner gesteund voelen en hoe ontevredener ze uiteindelijk over hun relatie zijn. De mate waarin de ouders elkaars verschillen accepteren maakt of de tevredenheid met de relatie afhankelijk is van de verschillen in rouwverwerking. Uit dit onderzoek blijkt dat er nauwelijks een verband bestaat tussen verschil in rouwverwerking en rouwreacties tussen ouders en de psychische gezondheid van de ouders.Een theoretische implicatie uit dit onderzoek is dat de subjectieve beleving van de verschillen in verliesverwerking centraal moet staan in onderzoek naar de relatie van ouders van een overleden kind. De onderzoekers doen ook een aanbeveling met een praktische implicatie: zij pleiten ervoor ouders van overleden kinderen gedurende langere tijd in de gaten te houden. Dit naar aanleiding van de langdurige nadelige gevolgen die het verlies van een kind voor ouders kan hebben.

Website

Research Insitute for Psychology & Health