|
|
De schok en de gevolgen voor de ouders kunnen groter zijn als een kindje meer dan een jaar oud is. Ook de manier waarop een kind is gestorven, heeft invloed op het rouwproces van de ouders.
De gevolgen van het overlijden kunnen voor de ouders groter zijn als het kind bij het overlijden meer dan een jaar oud is (Laakse e.a. 2004). Maar ook wanneer het kind vlak voor of vlak na de bevalling sterft, maken de ouders een periode van rouw door. Er was immers al een relatie met het kind. Het is heel moeilijk dat ouders niet verder kunnen met die relatie. Ze moeten de relatie immers afsluiten voordat ze er goed en wel aan begonnen zijn.
Als blijkt dat het kindje in de baarmoeder is overleden adviseert de Zweedse professor Ingela Rådestad (e.a. 2009) om het kindje zo snel mogelijk geboren te laten worden. Een rustige omgeving en de moeder alle tijd gunnen om met het kind door te brengen, bevordert het rouwproces. Dit geldt ook voor het verzamelen van herdenkingstekens. Maar het is niet goed om rouwrituelen op te dringen. De onderzoeksgegevens over contact tussen de moeder en het doodgeboren kindje zijn niet eenduidig. Het bevorderen van dit contact heeft volgens de Engelse psychiater Hughes (e.a. 2002) negatieve gevolgen. Vrouwen die hun baby hadden vastgehouden, hadden meer last van (blijvende) depressie dan degenen die hun kindje alleen zagen. Zweeds onderzoek van Rådestad (e.a. 2009) weerspreekt dit. Zeker bij een kind van meer dan 37 weken heeft vasthouden een positieve invloed op het rouwproces, vooral als er sensitieve verzorgers zijn. De richtlijn in Nederlandse ziekenhuizen is dat ouders worden gestimuleerd hun kindje vast te houden.
Wiegendood, ook wel aangeduid met Sudden Infant Death Syndrome (SIDS), is de plotselinge en onverwachte dood van een baby van meestal nog geen jaar. Het gaat om een ogenschijnlijk gezonde baby, bij wie in onderzoek naar de doodsoorzaak geen verklaring wordt gevonden voor het plotseling overlijden. Het overlijden van een kind aan wiegendood is een grote schok voor ouders en andere familieleden. Het feit dat meestal geen oorzaak voor het overlijden wordt gevonden veroorzaakt vaak onzekerheid. Ouders kunnen dan hun zelfvertrouwen verliezen en gaan twijfelen aan hun capaciteiten als vader en moeder. Zie verder de website van Stichting Wiegedood.
Indien een kind overlijdt na een ongeluk, moord of bij oudere kinderen zelfdoding lijkt de kans op blijvende psychiatrische problemen, zoals depressie, bij de ouders hoger te zijn (Spooren, Henderick & Jannes, 2001).
Bij zelfdoding is er vaak sprake van een schuldvraag. De ouders, broers en zussen verwijten zichzelf dat ze de zelfdoding niet hebben zien aankomen of hadden kunnen voorkomen (Cerel e.a., 2006). Ook is het een taboe om te praten over zelfdoding. Veel ouders hebben het gevoel dat ze er niet over mogen praten en dat is erg problematisch voor hen (Maple e.a., 2010). Verder kan het gezin geconfronteerd worden met stigmatisering vanuit de omgeving.
Suggesties voor het praten met kinderen en jongeren bij zelfdoding van een naaste is onder andere te vinden in publicaties van rouwtherapeute Riet Fiddelaers-Jaspers (e.a. 2006). Ook is er een zelfhulpboek voor kinderen en jongeren die te maken krijgen met zelfdoding: 'Weg van mij' (Fiddelaers-Jaspers en Van 't Erve, 2006). Kinderen tot twaalf jaar kunnen er veel informatie en herkenning in vinden. Door de ervaringen van anderen te lezen, merken ze dat ze niet de enigen zijn. Het boek kan ook door ouders, leerkrachten en andere opvoeders gebruikt worden om kinderen te ondersteunen.
Soms sterft een kind door een moeilijke keuze van de ouders. Een baby is bijvoorbeeld ernstig gehandicapt en de ouders besluiten de zwangerschap af te breken. Of direct na de geboorte blijkt dat de baby een ernstige afwijking heeft en ouders besluiten dan hun kindje niet te laten behandelen. Hierover kunnen ouders later schuldgevoelens en twijfels krijgen. Ze kunnen zich later afvragen of ze een goede beslissing hebben genomen. Soms maken reacties uit de omgeving het verdriet zwaarder, doordat mensen vinden dat ze 'er toch zelf voor hebben gekozen'.