
Hilde Kalthoff heeft een grote bijdrage geleverd aan het dossier 'Verstandelijk beperkte ouder'.
Stel een vraag
|
|
Ouders met een verstandelijke beperking hebben vaak te maken allerlei regelingen. Om dit in goede banen te leiden hebben ze hulp nodig: vaak wordt hun inkomen beheerd door derden. Deze ouders hebben door hun lage inkomen, lage intelligentie en andere problemen grotere kans op armoede en schulden.
Verstandelijk gehandicapte ouders hebben te maken met veel inkomensvoorzieningen (www.kennisring.nl). Het gaat vaak om de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), Inkomen voor Volledig Arbeidsongeschikten (IVA), de Wajong en de Algemene Kinderbijstand Wet (AKW). Als zij langdurige zorg nodig hebben wordt deze gefinancierd vanuit de AWBZ op indicatie van het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ). Bij ouders die in de maatschappij wonen is ondersteuning geregeld via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Sociale werkvoorziening wordt gefinancierd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook kunnen gehandicapte kinderen en jongeren een beroep doen op voorzieningen vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zoals het speciaal onderwijs of het ‘rugzakje’. Veel van deze inkomensvoorzieningen staan onder druk. Zie ook Rijksbeleid.
Waarschijnlijk hebben veel ouders met een verstandelijke beperking een Wajong-uitkering. Die voorziet in het aanvullen van het inkomen tot het wettelijk minimumloon wanneer iemand zoveel werkt als hij of zij maximaal kan. Heeft iemand geen inkomen - of een lager inkomen dan hij of zij zou kunnen verdienen - dan is het inkomen altijd minstens 75 procent van het wettelijk minimumloon. Dat gaat veranderen bij de nieuwe 'Wet werken naar vermogen’ die waarschijnlijk in 2012 ingaat.
Mensen met een verstandelijke handicap kunnen vaak niet goed met geld omgaan. De financiële zaken worden dan door anderen afgehandeld. Er zijn drie vormen: onderbewindstelling, ondercuratelestelling en mentorschap.
Onderbewindstelling
Iemand die onder bewind is gesteld, mag niet meer zelf beslissen over zijn financiële zaken. Dat wordt gedaan door een bewindvoerder die door de kantonrechter wordt benoemd. Deze bepaalt tevens welke goederen (bijvoorbeeld spaargeld, inkomen, woning) onder bewind komen te staan. Meestal zijn dat alle goederen. De kantonrechter kijkt doorgaans eerst of een familielid de bewindvoering kan doen. Ook een rechtspersoon, bijvoorbeeld een onafhankelijke stichting, kan bewindvoerder zijn.
Ondercuratelestelling
Onder curatelestelling (Huizinga, 2004) is een zwaardere maatregel. Staat iemand onder curatele, dan verliest hij zijn handelingsbekwaamheid en mag hij over bijna niets meer zelfstandig beslissen. De rechter benoemt dan een curator (een natuurlijk persoon) die zowel de financiële als de andere belangen van de persoon behartigt.
Mentorschap
Daarnaast is er nog het mentorschap. Een mentor neemt beslissingen over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Hij beschermt dus de persoonlijke belangen. Ook de benoeming van een mentor loopt via de kantonrechter.
De AWBZ vergoedt ziektekosten die niet te verzekeren zijn via de zorgverzekering: in natura of via een persoonsgebonden budget. Vaak is een eigen bijdrage verplicht. De AWBZ vergoedt de volgende soorten zorg:
Om in aanmerking te komen voor zorg uit de AWBZ is een geldige indicatie vereist van het CIZ. Zie ook Rijksbeleid
In haar rapport van november 2010 toont de Inspectie voor de Gezondheidszorg aan dat de schulden van licht verstandelijk gehandicapten door de economische crisis zo zijn toegenomen, dat er sprake is van een groot maatschappelijk probleem. Schulden hangen samen met het lage inkomen en andere problemen die deze ouders kunnen hebben. Het IGZ wijst op het effect van reclame: ouders snappen vaak niet waarom je die spullen niet kunt krijgen (IGZ, 2010). Kim Oomen (2010) stelt dat mensen met een verstandelijke beperking een groter risico lopen om in armoede te leven dan hun leeftijdsgenoten zonder beperking. Deze ouders hebben meestal een laag inkomen. De verstandelijke beperking brengt bovendien veel financiële en sociale lasten met zich mee. Ook Nederlands onderzoek (Speet 2005, IGZ 2010) wijst hierop. Wat niet meehelpt is dat mensen met een verstandelijke beperking uitgesloten worden van de arbeidsmarkt (Oomen 2010). Hulpverleners dienen rekening te houden met deze armoedeproblematiek.