
Ouderschap blijft
Het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelt een methode voor omgangbegeleiding
Relatieondersteunend aanbod (2010)
Verkennende studie naar het relatieondersteunend aanbod van CJG's.
Eindrapport Berichten van ex-partners over kindermishandeling 
Over afhandeling meldingen van ex-partners door AMK's.
Inge Anthonijsz is expert op het gebied van echtscheiding en de gevolgen ervan voor de kinderen.
Stel een vraag
|
|
De partnerrelatie is de spil van het nieuwe samengestelde gezin. De twee partners kiezen voor elkaar. Je kiest niet voor de kinderen die de ander heeft. Fundamenteel belangrijk voor het welbevinden van de stiefouder is een stevige partnerrelatie. Een luisterend oor van de partner voor de frustraties, pijn en aparte belevingen als stiefouder is van belang.
De ingewikkelde verhoudingen in een nieuw samengesteld gezin doen een stevig beroep op de ouder-kindrelatie en de partnerrelatie. Er is een onderscheid tussen partnerschap en ouderschap en ook een onderscheid tussen ouderschap en stiefouderschap. Als partners is men een paar, als ouders niet. Lieve Cottyn, psycholoog van de interactie-academie in Antwerpen, vindt het belangrijk om deze positie van de stiefouder te erkennen. Want het negeren van deze uitzonderlijke positie, met weinig maatschappelijke erkenning, kan veel negatieve emoties bij de ouders veroorzaken, zoals woede en schuldgevoel (Cottyn 2011).
Bij eerste huwelijken gaan partners veelal gelijk op: beiden zijn tegelijkertijd voor het eerst getrouwd, worden op hetzelfde moment vader of moeder en het gezin is even oud als het oudste kind. Meestal hebben partners ongeveer dezelfde leeftijd. Bij volgende relaties is er sprake van een ander verleden, waarbij de biologische ouder al veel langer met het eigen kind optrekt, waarbij verschillende levenservaringen worden meegenomen en er soms een leeftijdsverschil is, waardoor partners verschillende behoeften hebben. Dat kan leiden tot andere verwachtingen van elkaar en tot teleurstellingen over levensdoelen. De ene partner heeft bijvoorbeeld besloten zich minder te focussen op het werk en meer met kinderen en het nieuw samengestelde gezin te willen doen, terwijl de andere partner juist carrièrestappen maakt en het werk centraal stelt in het leven (Panders 2007).
Mensen hebben in het algemeen behoefte aan controle over situaties. Stiefgezinnen bezitten twee factoren die het uitoefenen van controle compliceren.
In een nieuw gezin kan de stiefouder te maken krijgen met loyaliteitsproblemen van de partner, zoals bijvoorbeeld de verdeling van de tijd tussen partner en kinderen. Het gedrag van partner en kinderen richting de stiefouder kan er complex of afwijzend door worden. Het is belangrijk dat nieuwe partners erkennen dat zij een eerdere liefde hebben gehad en daarmee een gezin vormden. Ook is het van belang dat zij in het nieuwe samengestelde gezin de bijzondere band met hun biologische kinderen vorm kunnen geven zonder in loyaliteitsconflict te komen met hun nieuwe partner, hun eigen kinderen of hun stiefkinderen. Als er erkenning is in een nieuw samengesteld gezin wordt de onderlinge betrokkenheid hechter. Dit vergroot de slaagkans van een samengesteld gezin (Haverkort 2009).
De basis voor een stabiel stiefgezin is het commitment tussen beide partners. Men moet een hechte band hebben en er helemaal voor gaan. Dit kost tijd en vraagt voortdurend aandacht. In een tweede huwelijk moeten beide partners besluiten dit commitment aan te gaan. Dit blijkt ook uit onderzoek: de beste tweede huwelijken waren niet te snel na de kennismaking tot stand gekomen. De band met de ex kan een gevaar zijn voor het tweede huwelijk. Goede vrienden blijven met je ex lijkt slechts mogelijk op lange termijn, als de band in het nieuwe, tweede huwelijk stevig gevestigd is. Hoewel een hechte partnerband een belangrijke voorwaarde is voor een geslaagd tweede huwelijk en voor een geslaagd stiefgezin, is het ook essentieel dat beide partners individuen zijn en blijven (Mosely en Mosely 1998).
Stiefgezinnen hebben te maken met een inwonende en een uitwonende ouder. Bij co-ouderschap wisselen die posities ook voortdurend. Het contact tussen de inwonende ouder, meestal de moeder, met de uitwonende ouder, meestal de vader, verloopt niet altijd probleemloos. De kinderen worden vaak direct of indirect bij ouderlijke problemen betrokken.
Een onderzoek naar rollen, thema’s en hulpbehoefte van niet-residentiële stiefmoeders’. Scriptie UvA.