
Invoeren verbeteringen jeugdzorg
Een overzicht van succesfactoren bij het invoeren van verbeteringen in de jeugdzorg vindt u in de publicatie 'Gaandeweg'.
Training interventies beschrijven
Het NJi ondersteunt ontwikkelaars bij het beschrijven van hun interventies.
Ontwikkeling en borging jeugdinterventies
Rapport over de 'eigenaar' en het onderhoud van interventies.
Marianne Berger is deskundige op het gebied van professionalisering in de jeugdzorg.
Stel een vraag
|
|
Professionalisering van beroepsbeoefenaren in de jeugdzorg vindt ook plaats op de werkplek middels reflectie en feedback. Middelen om leren op de werkplek te ondersteunen zijn supervisie, intervisie en werkbegeleiding.
Dergelijke refectieactiviteiten zijn onderdeel van de ophanden zijnde verplichte beroepsregistratie van jeugdzorgwerkers (streefdatum 2013). Om in aanmerking te komen voor herregistratie dienen jeugdzorgwerkers binnen vijf jaar minimaal 10 registerpunten voor reflectieactiviteiten te behalen. Deze kunnen worden verkregen door supervisie (10 sessies met geregistreerde supervisor), intervisie (20 bijeenkomsten van 1,5 à 2 uur), werkbegeleiding (30 uur) of een combinatie van deze activiteiten. Deze reflectieactiviteiten worden uitgevoerd naast opleidingsactiviteiten en activiteiten in de 'vrije ruimte'. Los van het feit dat in de jeugdzorg nu al veel aandacht besteed wordt aan reflectie, zal dit met de verplichte beroepsregistratie een structurele plaats krijgen. Meer informatie is te vinden op de website van het Beroepsregister van agogisch en maatschappelijk werkers (BAMw).
Reflecteren is het terugkijken, bespiegelend overdenken en zoeken naar betekenis van wat men heeft gezien, ervaren, gedacht of gedaan en daaruit ook lering trekken (Voogden & Kuyvenhoven 2010). Verkregen inzichten kunnen gebruikt worden voor het onderhouden en verbeteren van de kwaliteit van het eigen functioneren (Aukes 2008). Door te reflecteren werkt de professional continu aan verbetering van het eigen functioneren, kan hij leemtes in zijn deskundigheid signaleren en zijn gedrag bijstellen.
Middelen om dit te ondersteunen zijn intervisie, supervisie en werkbegeleiding. Reflectie is een vorm van leren op de werkplek die leidt tot de ontwikkeling van nieuwe kennis. In eerste instantie is deze praktijkkennis nog impliciet. Door deze kennis met elkaar te delen en te expliciteren wordt deze verspreid. Op deze manier levert de professional een actieve bijdrage aan de kennis van zijn beroepsgroep.
Feedback ofwel terugkoppeling is essentieel voor het leerproces van een professional. Feedback is het proces waarbij men terugkijkt op de situatie of handeling om na te gaan wat de resultaten zijn en hoe deze in de toekomst herhaald of aangepast kunnen worden. Feedback stelt iemand in staat na te gaan wat zijn sterke of zwakke punten zijn en op welke punten verandering aangebracht kan worden. Het is daarmee ook een vorm van confrontatie (Bennink en Fransen 2007). Feedback kan direct of indirect op verschillende manieren geuit worden. Denk aan feedback tussen hulpverlener en de cliënt, werknemer en werkgever/leidinggevende of professionals onder elkaar. Het kan plaatsvinden in groepen, individuele gesprekken of door middel van vragenlijsten.
Het geven van feedback via supervisie en monitoring draagt bij aan de effectiviteit van het werk (Duncan e.a. 2007; Lambert 2010). De effectieve professional onderscheidt zich van zijn minder effectieve collega’s door het feit dat hij voortdurend en systematisch zijn eigen feedback organiseert (Miller 2007). Professionals leren op deze wijze hun handelen aan te scherpen en leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van hun vak.
Een specifieke vorm van feedback vindt plaats via monitoring. Bij monitoring worden tijdens het werk continu gegevens verzameld over bijvoorbeeld cliënttevredenheid, doelrealisatie en (indien van toepassing) vermindering van het probleemgedrag. Door systematisch gegevens bij te houden over instroom, doorstroom en resultaten wordt duidelijk hoe het werkproces zich ontwikkelt en of bijstelling nodig is. De professional kan door monitoring inzicht krijgen in de voortgang van zijn werkzaamheden. Met deze inzichten kan de professional reflecteren op zijn werkzaamheden en aan de hand daarvan zijn werkwijze bijsturen (Pijnenburg 2010; Van Yperen 2010; Van Yperen en Veerman 2008).
Supervisie is een op reflectie gebaseerd 'leergesprek' voor professionals die met mensen werken. De professional onderzoekt zijn werkervaringen onder begeleiding van een supervisor. De supervisor kan iemand van binnen of buiten de organisatie zijn, maar is niet de leidinggevende. Supervisie wordt zowel één-op-één gegeven als in een kleine groep. De professional wordt door supervisie zich meer bewust van zijn eigen gedachten, gevoelens, verwachtingen, normen en waarden en van de wijze waarop deze zijn handelen bepalen. Het leren van de werksituatie gebeurt op basis van zelfreflectie en integratievermogen. Integratievermogen is de mogelijkheid om te functioneren vanuit de samenhang van het persoonlijke niveau (denken, voelen, willen en handelen) en het niveau van beroepsfunctioneren (persoon, beroep, concrete werksituatie) (Kessel 2008; Voogden en Kuyvenhoven 2010).
Intervisie vindt plaats in een leergroep van gelijken, die elkaar ondersteunen bij werkproblemen door te laten zien welke oplossingen er mogelijk zijn. Intervisie heeft tot doel iemands professionaliteit te vergroten door zijn persoonlijke ervaringen te bespreken. Hoe werk je samen met anderen? Hoe treed je op in adviessituaties? Hoe ga je om met lastige situaties met klanten? Hoe vorm je een oordeel? In dit leerproces kunnen collega’s praktijksituaties bespreken. De analyse van deze praktijksituaties is gericht op de wijze waarop de professional de situatie opgelost heeft. Tijdens de intervisie kan er geoefend worden met oplossingsgerichte technieken. Daarnaast biedt intervisie het voordeel van 'leren van twee kanten': de samenwerking tussen cliënt en hulpverlener weerspiegelt zich vaak in de samenwerking tussen hulpverlener en collega’s (Neeleman 2008).
Bij werkbegeleiding wordt een professional begeleid door zijn leidinggevende. Dit kan plaatsvinden op zowel individueel als groepsniveau. Werkbegeleiding kan meerdere functies hebben. Het kan zowel de effectiviteit en kwaliteit waarborgen als een hulpverlener meer competent maken in het uitvoeren van zijn werkzaamheden. De werkbegeleiding kan zich richten op zowel de professional zelf als op de uitvoering van zijn werkzaamheden. Een belangrijke bijdrage van werkbegeleiding aan professionalisering is de ontwikkeling van competenties bij de professional (Stals e.a. 2010).
Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut.