Home  > Actueel  > Blogs > Kans op misbruik in kinderopvang minimaliseren


Reageer op deze blog:

Reageer Uw reactie

Blog van:

Josette Hoex

Josette Hoex is expert op het gebied van pedagogische beleidsontwikkeling in de kinderopvang.

Andere blogs van Josette Hoex:
Vertrouwen peuterspeelzalen nog op eigen pedagogische kracht?, 4-7-2012
Stabiliteit als buffer tegen misstanden in de kinderopvang, 24-1-2011

Kans op misbruik in kinderopvang minimaliseren

29 april 2011

In april is het onderzoeksrapport over de misbruikzaak in Amsterdam verschenen ('Rapport onafhankelijke Commissie Onderzoek Zedenzaak Amsterdam'). De commissie-Gunning geeft hierin haar mening over de Amsterdamse situatie én werpt een blik op de gehele sector kinderopvang. Daarmee volgt zij de gedachte die ik eerder heb uitgesproken: benut incidenten als vertrekpunt voor branchebrede reflectie (blog 24 januari).

Niet vaak is het reilen en zeilen in de kinderopvang zo kritisch bekeken. Alle relevante partijen passeren de revue. Eigenlijk is het rapport noodzakelijke literatuur voor alle sectoren waar met (jonge) kinderen wordt gewerkt. Want de wet van Murphy blijkt nogal eens op te gaan, ondanks goede bedoelingen en correcte afspraken. En dat is ons aller realiteit!

Natuurlijk: de commissie noemt drie zaken die hebben bijgedragen aan de grensoverschrijdende situatie in Amsterdam. Slechte screening van nieuwe medewerkers, pedagogisch medewerkers die te vaak en te lang alleen op de groep stonden, onvoldoende structuur en deskundigheid om signalen om te zetten in concrete actie. En uiteraard zal elke organisatie op deze punten haar beleid nog eens verscherpt onder de loep nemen.

Maar eigenlijk las ik de meest leerzame les al op de eerste pagina: 'Wellicht de grootste belemmering om seksueel misbruik te voorkomen, is onze natuurlijke neiging om deze mogelijkheid te ontkennen en als risico te onderschatten. (…) Daarmee worden signalen die achteraf en in samenhang duidelijk lijken vaak op het moment zelf niet gezien, door ouders, door leidsters, door directies en door hulpverleners.'

Ofwel: we redden het in dit soort gevoelige kwesties niet met regels en protocollen. Ze moeten er wel zijn, als vangnet. Maar belangrijker is het om te zorgen voor een emotioneel-veilig werkklimaat. Met collega's die elkaar durven aanspreken op hun pedagogisch handelen. Met agogisch geschoolde leidinggevenden die op de werkvloer meekijken en onderling vertrouwen creëren, zodat ook heikele onderwerpen tijdens het teamoverleg ter sprake kunnen komen. Met manageres die een kritische werkhouding bij hun personeel stimuleren en benutten voor feedback en intervisie. En met ouders die als waardevolle opvoedingspartners serieus genomen worden.

Professioneel werken vraagt om elkaar kennen en elkaars handelen herkennen. Stabiliteit in het personeelsbestand en de werkprocessen is daarvoor een voorwaarde. Alleen zo kunnen we de kans minimaliseren dat opnieuw kinderen en hun ouders beschadigd worden en de vanzelfsprekende pedagogische omgang ruw en langdurig wordt verstoord. En ja, 'minimaliseren' - want van méér kan helaas geen sprake zijn.

Reacties

Reageer Uw reactie

22 juni 2011, ingezonden door Harold Rijnbergen, Global Safety Manager Eon Energie

In principe moet men ervanuitgaan dat de combinatie mannen en kinderen een groot risico in kan houden voor de kinderen. Talloze voorbeelden zijn er te noemen. Ik pleit ervoor dat mannen die trainer van de Fjes willen worden, die bij de padvinderij willen werken of in de kinderopvang, mannen die in de jeugdzorg willen werken, die zullen allemaal psychologisch getest moeten worden en gescreend. Men zal vrouwen moeten stimuleren en prefeleren boven mannen. Ik persoonlijk vind iedere man die met kinderen werkt verdacht,

3 mei 2011, ingezonden door Elisabeth Nymus, schrijver jeugdboek "seksueel Misbruik"

Om seksueel misbruik of kindermishandeling te voorkomen op de werkvloer is meer nodig dan protocollen en wetgeving en screening van medewerkers. Een belangrijke tool is intuïtiegevoel en de durf om werkelijk uit te spreken wat men constateert naar de leidinggevende toe , maar ook naar de politie. Verder is het belangrijk de signalen van de kinderen over dit onderwerp te kunnen interpreteren. (en bedenk daarbij dat niet ieder kind duidelijk met signalen komt i.v.m. manipuleren door dader). Hoe aangifte te doen en welke hulpverleners nodig zijn en "hoe om te gaan met" moet in je protocol staan!

3 mei 2011, ingezonden door Ans Vermeulen, beleidsmedewerker Kinderopvang Wageningen

Met de 4 ogen op de groep schep je een leven waarin kinderen altijd onder toezicht staan. En met een groep BSO-er in de verschillende binnen- en buitenruimtes heb je in elk van die ruimtes 4 ogen nodig. Dat is niet realistisch, onbetaalbaar en niet gezond. Vertrouw niet alleen op protocollen, procedures en werkinstructies. Blijf kijken, luisteren, nadenken en vooral: met elkaar praten!