
Duizend bloemen bloeien (2011)
Monitor Vroeg, Voortdurend, Integraal (VVI): verbetering hulp aan gezin met een kind met een beperking.
Nieuwe cliënten voor bureau jeugdzorg
Over hulp aan jongeren met een lichte verstandelijke beperking.
Werk maken van thuis
Ontwerp van de methode Matching Needs and Services.
Matching Needs and Services
Rapport over twee projecten waar deze methode in de lvb-sector is gebruikt.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Mariska Zoon werkt mee aan projecten over onder andere multiprobleemgezinnen en licht verstandelijk beperkte jeugd.
Stel een vraag
|
|
Het uitgangspunt van de Nederlandse regering is dat mensen met een chronische ziekte of handicap volwaardig moeten kunnen participeren in de samenleving. Dit is geregeld in de 'Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte' (WGBH/CZ) die in 2003 in werking trad. Onder participatie wordt verstaan: 'het vervullen van sociale en maatschappelijke rollen, al dan niet met ondersteuning, op een voor de persoon zelf zinvolle manier' (Speet, 2005). Er zijn verschillende participatiegebieden te onderscheiden, zoals wonen, onderwijs, arbeid, functioneren in sociale relaties, vrije tijd.
Als bij het zo volwaardig mogelijk participeren ondersteuning nodig is, kan de gemeente deze bieden via de 'Wet maatschappelijke ondersteuning' (Wmo). Als langdurige zorg nodig is, gebeurt dat vanuit de 'Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten' (AWBZ) op indicatie van het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ). De AWBZ-zorg wordt in de meeste gevallen geleverd door instellingen voor zorg aan verstandelijk gehandicapten (VG-instellingen) en kan bestaan uit ondersteuning bij het wonen, de dagbesteding, de toeleiding naar werk, ondersteuning op school of in de vrije tijd. Het gaat dan om persoonlijke verzorging, verpleging of een vorm van begeleiding. De ondersteuning bij wonen kan zowel in de eigen omgeving gebeuren als in een woonvoorziening.
Op dit moment hebben personen met een IQ tot 70 (verstandelijk gehandicapten) en personen met een IQ tussen 70 en 85 (zwakbegaafden) met zogenaamde 'bijkomende problematiek' recht op AWBZ-zorg. Deze bijkomende problematiek betreft een beperkt sociaal aanpassingsvermogen, dat zich vaak uit in gedragsstoornissen en een langdurige behoefte aan ondersteuning. Zwakbegaafden hebben dus een hoger IQ dan verstandelijk gehandicapten en hebben pas bij bijkomende problematiek recht op AWBZ-zorg.
Het kabinet Rutte wil dat met ingang van januari 2013 cliënten met een IQ van 70-85 geen aanspraak meer kunnen maken op zorg uit de AWBZ (zie vaststelling begroting van het ministerie VWS 2012). De regering baseert deze maatregel op een officiële, internationale classificatie die stelt dat bij een IQ-score tussen 50 en 70 sprake is van een licht verstandelijke handicap. De beperking van de bovengrens van IQ 70 gaat samen met een structurele bezuiniging van 250 miljoen euro.
Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) heeft de praktische uitvoerbaarheid van de voorgenomen maatregel onderzocht (Le Cocq, 2011). IQ is slechts met matige betrouwbaarheid vast te stellen. Ook kunnen de IQ-scores onder invloed van gunstige omstandigheden positief beïnvloed worden, maar evenzeer door ongunstige omstandigheden negatief. IQ-score op zich zegt weinig over de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte. Mensen met een lager IQ hebben lang niet altijd méér ondersteuning nodig en omgekeerd zijn er mensen met een betrekkelijk hoog IQ die véél (blijvende) ondersteuning nodig blijken te hebben. De mate van benodigde steun wordt namelijk vooral bepaald door het zogeheten 'adaptief vermogen': iemands mogelijkheden om adequaat sociaal te kunnen functioneren. Verder twijfelt het CVZ eraan of er wel voldoende gedragsdeskundigen zijn om IQ-testen af te nemen.