
Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.
Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.
Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.
Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.
Stel een vraag
|
|
In dit onderzoek is onderzocht of het programma voor opvoedingsondersteuning Home-start tot veranderingen leidde in de gezinnen die daaraan deelnamen. Gezinnen met kinderen in de leeftijd van 1,5 tot 3,5 jaar die deelnamen aan Home-start zijn vergeleken met gezinnen die niet aan het programma deelnamen.
Er is aan de hand van drie onderzoeksvragen onderzocht of het opvoedingsondersteuningsprogramma Home-Start tot veranderingen leidde in de gezinnen die daaraan deelnamen:
In eerdere publicaties over de effectiviteit van Home-Start werden aan Home-Start deelnemende moeders afgezet tegen een vergelijkingsgroep voor wat betreft veranderingen in ouderlijk welzijn, opvoedingsgedrag en probleemgedrag van kinderen. Die aanpak was gericht op groepsgemiddelden en verschaft geen informatie over de verschillende moeders. Dit onderzoek richt zich op patronen van verandering op het niveau van individuele gezinnen.
Een groep moeders die deelnamen aan het Home-Start programma (n =66) werd vergeleken met een groep moeders die vergelijkbare niveaus van opvoedingsstress en behoefte aan opvoedingsondersteuning rapporteerden, maar die niet deelnamen aan enige vorm van opvoedingsondersteuning (n = 58) en met een willekeurig geselecteerde normgroep (n = 41). Aan 1000 ouders met een kind in de leeftijd van 1,5 tot 3,5 jaar is een korte vragenlijst gestuurd die opvoedingsstress in kaart bracht (NOSIK). Daarbij werden aanvullende vragen gesteld. Uit de 375 reacties werd zowel de vergelijkingsgroep als de normgroep geselecteerd.
Met de ouders die instemden met deelname aan het onderzoek, werd direct een afspraak gemaakt voor het eerste huisbezoek (T1) en de eerste vragenlijst werd opgestuurd. Aan het einde van het eerste bezoek werd een afspraak gemaakt voor het tweede huisbezoek (T2), gemiddeld ongeveer 7 maanden later. Aan het einde van het tweede huisbezoek werd een afspraak gemaakt voor de follow-up meting (T3), gemiddeld bijna 6 maanden na T2.
Depressieve stemming van de moeder (subschaal Ouderlijke Depressie NOSI) en de ervaren opvoedingscompetentie (subschaal Competentie NOSI) werd gemeten met behulp van vragenlijsten. Door middel van zelfrapportage is de ouderlijke responsiviteit (subschaal NOV) en de negatieve controle (PDI) gemeten. Door middel van observatie (CII) werd 'hardvochtig opvoeden' gemeten dat negatief en vijandig opvoeden representeert en werd 'warmte' gemeten, dat voor liefdevol en warm opvoedingsgedrag staat. Om het probleemgedrag van het kind te meten is ook gebruik gemaakt van zowel vragenlijsten als observaties. Moeders rapporteerden over het probleemgedrag van hun kind (schaal externaliserend probleemgedrag CBCL/ 2-3). De CII (de negativiteit schaal ) is gebruikt als observatiemaat van probleemgedrag van het kind in interactie met zijn moeder.
Universiteit van Amsterdam, afdeling Pedagogiek en Onderwijskunde
Asscher, J.J.;Dekovic, M.;Prinzie, P.;Hermanns, J.M.A.;Akker-van Marle, M. van den
Asscher, J.J. Dekovic, M. Prinzie, P. Hermanns, J.M.A. (2009). De betekenis in gezinnen die hebben deelgenomen aan het Home-Start programma en voorspellers van deze veranderingen.
In dit onderzoek is met behulp van een niet-traditionele methode, namelijk
de reliable change index, onderzocht of het opvoedingsondersteuningsprogrammaHome-Start tot veranderingen leidde in de gezinnen die daaraan deelnamen. Home-Start gezinnen bleken reliable change - ofwel betekenisvolle verandering - te laten zien voor moederlijk welzijn. Voor opvoedingsgedrag en kindgedrag waren de resultaten echter niet eenduidig. Een substantieel deel van de Home-Start moeders liet klinisch significante veranderingen zien voor alle afhankelijke variabelen. Moeders die er voor aanvang van Home-Start het ernstigst aan toe waren, hadden de grootste kans om betekenisvol te veranderen, terwijl moeders die er het best aan toe waren voordat Home-Start startte de grootste kans hadden om te functioneren op het niveau van een normgroep.