© Nederlands Jeugdinstituut
Catharijnesingel 47 • 3511 GC • Utrecht
Postbus 19221 • 3501 DE Utrecht
t: (030) 230 63 44 • f: (030) 230 63 12
e: infojeugd@nji.nl • i: www.nji.nl

Dossier: Professionalisering in de jeugdzorg

Professionalisering van de jeugdzorg is een continu proces dat door het 'Actieplan professionalisering in de jeugdzorg' versneld is. Professionalisering levert een bijdrage aan het verbeteren van de zorg en dienstverlening aan kinderen, jongeren en hun ouders. Beroepskrachten spelen daarbij een belangrijke rol. Met betere randvoorwaarden en faciliteiten wordt hun professionaliteit versterkt en de branche aantrekkelijker.

Inhoudsopgave:



Nieuws

Hier vindt u de laatste nieuwsberichten over professionalisering in de jeugdzorg en aanverwante thema's. Wilt u de berichten per e-mail ontvangen? Neemt u dan een gratis abonnement op de Nieuwsbrief Jeugd.

Rouvoet: Jeugdzorg moet praten over seksualiteit
16 mei 2013
Om seksueel misbruik te voorkomen moet de jeugdzorg meer aandacht besteden aan seksualiteit en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat staat in het kwaliteitskader 'Voorkomen seksueel misbruik in de jeugdzorg', op 14 mei gepresenteerd door André Rouvoet.

Houding gezinsvoogd vaak reden afhaken pleegouder
1 mei 2013
Een belangrijke reden waarom pleeggezinnen stoppen met pleegzorg is dat ze zich niet serieus genomen voelen door de gezinsvoogd. Dat concludeert orthopedagoog Peter van den Bergh uit onderzoek onder 444 pleegouders en 22 ex-pleegouders en een literatuurstudie.

Inspectie Jeugdzorg schetst ideale gezinsvoogd
1 mei 2013
Een gezinsvoogd moet voldoen aan uiteenlopende persoonlijke en professionele eisen, net als de organisatie waar de gezinsvoogd werkt en de opleiding en deskundigheidsbevordering. Dat stelt de Inspectie Jeugdzorg in een publicatie waarin zij vanuit verschillende invalshoeken de ideale gezinsvoogd beschrijft.

Wet professioneel werken jeugdzorg naar Kamer
24 april 2013
Het wetsvoorstel professionalisering in de jeugdzorg is naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat voorstel bepaalt dat jeugdzorginstellingen verplicht worden te werken met geregistreerde jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers.

Instanties moeten eerder ingrijpen bij problemen kind
11 april 2013
Docenten, artsen, hulpinstanties en gemeenten moeten hun schroom kwijtraken en ingrijpen als ze signalen van kindermishandeling zien. Dat schrijft het Samenwerkend Toezicht Jeugd (STJ) in een analyse van acht calamiteiten in 2011 en 2012.

Wet meldcode kindermishandeling gaat 1 juli 2013 in
15 maart 2013
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voor een verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling op 12 maart 2013 als hamerstuk afgedaan. De wet treedt 1 juli 2013 in werking.

Start kennisplatform over inhuisgeplaatste kinderen
7 maart 2013
Gezinshuis.com, LSG-Rentray en de Rudolphstichting hebben het kennisplatform Gezinspiratieplein opgericht. Dat gaat opleidingsmogelijkheden, onderzoeken en kennisuitwisselingsbijeenkomsten organiseren en stimuleren voor duurzame gezinsvormen zoals pleeggezinnen, gezinshuizen en jeugdzorgboerderijen.

Samson: Kabinet stil over aanpak kindermisbruik
15 februari 2013
Het kabinet is 'oorverdovend stil' over de aanpak van kindermisbruik in instellingen en pleeggezinnen. Dat zei Rieke Samson op 14 februari in Trouw.

Tweede Kamer neemt meldcode aan
6 februari 2013
De Tweede Kamer heeft op 5 februari ingestemd met de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De Eerste Kamer moet het voorstel nog bespreken.

Probleemgezin gebruikt weinig jeugdzorg
31 januari 2013
Migranten en gezinnen met veel problemen maken relatief weinig gebruik van jeugdzorgvoorzieningen. Dat blijkt uit het rapport 'Terecht in de jeugdzorg' van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat 31 januari is gepubliceerd.


Achtergrond

De deskundigheid van de beroepskracht wordt vergroot, de positie van het vak versterkt, de hulpverlening effectiever - allemaal gevolgen van professionalisering in de jeugdzorg.


Wat is professionalisering?

Professionalisering is een continu proces, gericht op het uitdiepen van een beroep en het verbeteren van de kwaliteit van de werkzaamheden. Professionalisering speelt zich af op twee niveaus, die nauw met elkaar verbonden zijn: het niveau van het beroep en van het individu. Hoe meer erkenning een beroep heeft, hoe meer zeggenschap de beroepkrachten hebben over de manier waarop zij hun deskundigheid inzetten en ontwikkelen. Omgekeerd vormt deskundigheid van professionals de basis voor erkenning van het beroep (Van Dam en Vlaar 2007).

Niveau van het beroep

Op beroepsniveau betekent professionalisering 'beroepsvorming', waarbij professionals de positie van hun beroep versterken en hun deskundigheid inzichtelijk maken. Van Dam en Vlaar onderscheiden zes kenmerken van geprofessionaliseerde beroepen:

Niveau van het individu

Op individueel niveau staat het leren en de ontwikkeling van de beroepskracht centraal. De professional ontwikkelt vakkennis, houdt die bij, en leert nieuwe methoden (Kwakman 2003). Professioneel handelen steunt op wetenschappelijk onderbouwde kennis die in een geformaliseerde opleiding wordt verworven, waar ook vaardigheden in praktijksituaties worden getraind. Daarnaast werkt de beroepskracht volgens de beroepscode en met effectieve methoden, richtlijnen en protocollen. Door reflectie, systematisering van ervaring, intervisie, bijscholing en het streven naar kwaliteitsverbetering werkt de beroepskracht continu aan verbetering.

Professionele autonomie

Het proces van professionalisering bevat nog een derde component: professionele autonomie (Hutschemaekers 2001; Beernink 2007). In de jeugdzorg is er sprake van professionele autonomie als de beroepskracht zelf kan bepalen welke vorm van hulp of dienstverlening het beste is voor zijn cliënt; als hij daarin beslissingsbevoegd is (Hutschemaekers 2001). Daarbij dient de beroepskracht te erkennen dat zijn mogelijkheden begrensd zijn en dat ook de omgeving grenzen biedt:

De professional moet een goede balans zien te vinden tussen deze grenzen en de ruimte om zelf beslissingen te nemen (Van Dam en Vlaar 2007; Van Yperen 2010).

Professionalisering in de praktijk

De jeugdzorg werkt zowel op beroeps- als op individueel niveau aan professionalisering, waarbij ook aandacht besteed wordt aan het vergroten van de professionele autonomie. Over de wijze waarop de professionalisering in de jeugdzorg vorm krijgt, leest u in dit dossier bij Beroepsvorming en Professioneel handelen.

Meer informatie

Meer informatie over de diverse aspecten van professionalisering vindt u in de notitie Basiskennis over professionalisering pdf.

Bronnen


Belang van professionalisering

Voor de cliënt

Om de hulp en dienstverlening aan kinderen, jongeren en ouders zo effectief mogelijk te maken is het van belang dat beroepskrachten zich blijven ontwikkelen. Professionaliteit van de beroepskracht is een belangrijke werkzame factor bij de uitvoering van het werk (Van der Laan 2006).

Voor de beroepskracht

Tevredenheid over de werksituatie (arbeidssatisfactie) kan de kwaliteit en effectiviteit van het werk vergroten (Van der Laan 2007). Beroepskrachten voelen zich tevreden over hun werk als ze beschikken over een goed opleidingsniveau en goede werkomstandigheden, en als ze kunnen werken volgens ethische normen en protocollen.

Voor de arbeidsomstandigheden

Als beroepskrachten beter toegerust zijn, adequaat ondersteund worden en zich voornamelijk kunnen richten op het hulpverlenen, dan heeft dat een positief effect op het verloop en de uitvoering van het werk. Daarnaast vermindert de werkdruk en blijven professionals langer hun vak uitoefenen.

Voor het beroep

Hoe meer een beroep de kenmerken heeft van een geprofessionaliseerd beroep, hoe meer er sprake is van een eigen identiteit die door anderen wordt erkend. Een heldere, aansprekende identiteit is een voorwaarde voor een goed imago en een goede reputatie (Van Dam en Vlaar 2007).

Voor de jeugdzorg

Kortom: het belang van professionalisering in de jeugdzorg is groot. Overheid, werkgevers, beroepsverenigingen en opleidingen hebben geïnvesteerd in de vereiste professionalisering met onder andere het Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg. Daarmee zijn van 2007 tot 2010 belangrijke verbeteringen doorgevoerd. Sinds 2011 is daaraan een vervolg gegeven met het 'Implementatieplan Professionalisering in de Jeugdzorg'.

Bronnen


Relatie met effectiviteit

Professionalisering van de jeugdzorg verbetert de kwaliteit van de hulp en dienstverlening aan kinderen, jongeren en hun ouders. Een basis voor professionalisering vormt kennis over 'wat werkt': wat zijn factoren waarvan bewezen is dat ze het gewenste effect hebben?

Effectieve interventies

Het vergroten van de effectiviteit van jeugd- en gezinshulp staat centraal in het dossier Effectiviteit van jeugdinterventies. Daarin worden vragen beantwoord als 'Hoe kan de effectiviteit van het werk gemeten worden?' en 'Hoe is de effectiviteit verder te ontwikkelen?'. In de databank Effectieve Jeugdinterventies vinden beroepskrachten erkende interventies voor preventie en behandeling.

Werkzame ingrediënten

Het Nederlands Jeugdinstituut verzamelt en verspreidt ook kennis over werkzame ingrediënten in de hulp aan kinderen, jongeren en ouders. Daarbij zijn er algemeen werkzame factoren en factoren die effectief zijn bij specifieke problemen. Informatie over 'wat werkt' vindt u in veel van de dossiers op deze website. Ook is er een volledig overzicht van Wat werkt?


Het werkveld

Beroepskrachten in de jeugdzorg ondersteunen en helpen kinderen, jongeren en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen. Dat kunnen psychische, sociale of pedagogische problemen zijn, die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. De jeugdzorg omvat zowel vrijwillige hulpverlening als gedwongen interventies.

Voorzieningen

Bij de jeugdzorg zijn uiteenlopende voorzieningen betrokken:

Dit dossier gaat vooral over professionalisering in de provinciaal gefinancierde jeugdzorg (bureaus jeugdzorg en de instellingen voor jeugdzorg en opvoedhulp) en de justitiële jeugdzorg (Halt, Raad voor de Kinderbescherming en justitiële jeugdinrichtingen).
Meer informatie over deze voorzieningen en hun werkzaamheden vindt u in het overzicht van de jeugdsector.

Sociaal agogen

Er werken ongeveer 20.000 beroepskrachten op hbo-niveau in een sociaal-agogisch beroep bij bureaus jeugdzorg, instellingen voor jeugdzorg en opvoedhulp, Halt, Raad voor de Kinderbescherming en justitiële jeugdinrichtingen (Human Capital Group 2011). Het zijn professionals in uiteenlopende functies, zoals ambulant hulpverleners, casemanagers, jeugdbeschermers, gezinscoaches, videohometrainers en groepsleiders. Voor deze functies is een gezamenlijk compententieprofiel ontwikkeld dat u op deze website kunt bestellen: Jeugdzorgwerker.

Daarnaast werken er sociaal agogen op mbo-niveau in de jeugdzorg; hun aantal is niet bekend.

Gedragswetenschappers

In de jeugdzorg werken ongeveer 1.700 gedragswetenschappers met een universitaire achtergrond (master orthopedagogiek of kinder- en jeugdpsychologie). Zij werken in uiteenlopende functies, zoals behandelingscoördinator, orthopedagoog, gedragsdeskundige en GZ-psycholoog. Ook voor deze functies bestaat een gezamenlijk competentieprofiel dat u hier kunt bestellen: Gedragswetenschapper in de jeugdzorg.

Meer informatie

Meer informatie over wettelijke kaders, voorzieningen, beroepen en functies in de jeugdzorg staat in de publicatie Jeugdzorg in kaart.
Meer informatie over (ontwikkelingen in) het werkveld van de jeugdzorg vindt u in het dossier Jeugdzorg.

Bron


Beroepsvorming

De uiteenlopende beroepen in de jeugdzorg worden steeds professioneler:


Opbouw deskundigheidsdomein

Het begrip 'deskundigheidsdomein' heeft te maken met de beschikbaarheid van goed overdraagbare theoretische kennis over (effectiviteit in) een werkveld. Om te kunnen speken over een 'deskundigheidsdomein' moeten er ook bruikbare methoden, instrumenten en technieken bestaan. Deze kennis en methoden maken het mogelijk het domein van deskundigheid af te bakenen. Hierdoor weten beroepskrachten ook wat wel en niet werkt, waarmee er een solide basis is voor verdere professionalisering (Van Dam en Vlaar 2007).

Kennisprogramma Jeugd

Het opbouwen van het deskundigheidsdomein van de jeugdzorg is in volle gang, onder meer met het Kennisprogramma Jeugd. Daarin werkt het Nederlands Jeugdinstituut samen met ZonMw en het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid om beroepskrachten in de jeugdsector te voorzien van de nieuwste kennis. Die kennis wordt onder meer verspreid via databanken op deze website:

Hogescholen

Veel hogescholen doen via lectoraten (vergelijkbaar met leerstoelen aan een universiteit) praktijkgericht onderzoek naar ontwikkelingen in de jeugdzorg. De lectoren (vergelijkbaar met hoogleraren) zijn vaak ook verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een belangrijk deel van de bijvakken (minors) en de masteropleidingen. Daarmee dragen ze hun kennis over aan toekomstige beroepskrachten.
Voorbeelden van lectoraten die zich richten op de jeugdzorg zijn:

Universiteiten

Ook universiteiten leveren, bijvoorbeeld via specifieke leerstoelen, veel kennis over de jeugdzorg. Voorbeelden zijn:

Bron


Competentieprofielen

Een competentieprofiel beschrijft de taken en benodigde vaardigheden en kennis (competenties) van beroepskrachten. Doorgaans is het profiel opgebouwd uit algemene, vakspecifieke en themacompetenties (bijvoorbeeld omgaan met diversiteit en met vermoedens van geweld in huiselijke kring). Competentieprofielen vormen een erkenning van het deskundigheidsdomein van een beroepsgroep en zijn om verschillende redenen belangrijk:

Competentieprofielen in de jeugdzorg

De deskundigheid van beroepskrachten in de jeugdzorg is vastgelegd in twee competentieprofielen: voor 'jeugdzorgwerker' en 'gedragswetenschapper in de jeugdzorg'. Doordat deze profielen landelijk erkend zijn door werkgevers en beroepsverenigingen (NVMW, NIP en NVO) wordt de identiteit van beroepskrachten in de jeugdzorg verstevigd.

Jeugdzorgwerker

Het competentieprofiel voor de jeugdzorgwerker is gericht op hbo-professionals in de preventieve jeugdzorg, bij de bureaus jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, de provinciale jeugdzorgvoorzieningen en de justitiële jeugdinrichtingen. Vaak worden jeugdzorgwerkers geconfronteerd met lastige dilemma's en moeten zij binnen een bepaald spanningsveld ('kritische situatie') een verantwoorde keuze maken. In het competentieprofiel worden vijf kritische situaties onderscheiden:

Met de competenties die in het profiel beschreven worden is de jeugdzorgwerker in staat om een professionele afweging te maken in deze situaties.
Een korte beschrijving van het competentieprofiel vindt u in de brochure Het gezicht van de jeugdzorgwerker. U kunt ook het volledige competentieprofiel bestellen via deze website. Om een indruk te krijgen kunt u de samenvatting van het profiel pdf lezen.

Gedragswetenschapper in de jeugdzorg

Het competentieprofiel voor de gedragswetenschapper in de jeugdzorg is gericht op gedragswetenschappers in de preventieve jeugdzorg, bij de bureaus jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, de provinciale jeugdzorgvoorzieningen en de justitiële jeugdinrichtingen. Het competentieprofiel onderscheidt vier kritische situaties voor de gedragswetenschapper:

Met de in het profiel beschreven competenties is de gedragswetenschapper in staat om een professionele afweging te maken in deze situaties.
Een samenvatting van het competentieprofiel vindt in de brochure Het gezicht van de gedragswetenschapper in de jeugdzorg. U kunt ook het volledige competentieprofiel bestellen via deze website. Om een indruk te krijgen kunt u de samenvatting van het profiel pdf lezen.

Voor achtergrondinformatie over competentieprofielen kunt u terecht op www.competentieweb.nl van MOVISIE.


Beroepsverenigingen

In een beroepsvereniging kunnen beroepskrachten zich organiseren tot een beroepsgroep en hun kennis en vaardigheden uitbreiden. Dat bevordert de beroepsontwikkeling en professionalisering. Een beroepsvereniging behartigt de belangen van de beroepsgroep en haar leden. Daarnaast onderhoudt een beroepsvereniging nauwe contacten met de beroepsopleidingen en hanteert ze een beroepscode en tuchtrecht.

Beroepsverenigingen in de jeugdzorg

Voor jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers in de jeugdzorg zijn de volgende beroepsverenigingen relevant: de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW), het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging van Psychologen en Onderwijskundigen (NVO). De organisatiegraad van beroepskrachten in de jeugdzorg is nog laag. Van de gedragswetenschappers is ruim 40 procent lid van een beroepsvereniging, van de jeugdzorgwerkers nog geen 4 procent.

Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW)
De NVMW is de beroepsvereniging voor maatschappelijk werkers. Ook sociaal agogen kunnen lid worden van de NVMW, nu de beroepsvereniging Phorza is opgeheven. De NVMW heeft een 'platform Jeugd' ingesteld, onder meer bedoeld voor jeugdzorgwerkers.
Meer informatie over de NVMW vindt u op www.nvmw.nl.

Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)
Het NIP is de beroepsvereniging voor psychologen. De sector Jeugd van het NIP heeft een aparte sectie voor de jeugdzorg.
Meer informatie over het NIP vindt u op www.psynip.nl.

Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO)
De NVO is de beroepsvereniging voor (ortho)pedagogen en onderwijskundigen. Binnen de NVO is er een netwerk voor (ortho)pedagogen in de jeugdzorg.
Meer informatie over de NVO vindt u op www.nvo.nl.

Andere beroeps- of belangenverenigingen
De Beroepsvereniging voor Orthopedagogen en Klinisch pedagogen met een Academische opleiding (BOKA). Meer informatie over de BOKA vindt u op www.boka.org.

De Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling (VVAK). De VVAK is een wetenschappelijke beroepsvereniging die zich ten doel stelt de kwaliteit van het beroep vertrouwensarts te bewaken en de belangen van de vertrouwensarts te behartigen. Meer informatie over de VVAK vindt u op www.vertrouwensartsen.nl.

De Belangenvereniging van Medewerkers in de Bureaus Jeugdzorg (BMJ). De BMJ is een organisatie van vrijwilligers, die naast hun eigen werkzaamheden om tafel gaan met betrokken partijen om te kunnen bijdragen aan verandering binnen de jeugdzorg. Meer informatie over de BMJ vindt u op www.bmj.nl.


Beroepscodes en tuchtrecht

Wat is een beroepscode?

Een beroepscode biedt gedragslijnen voor het professionele handelen van beroepskrachten en een ethisch kader voor het nemen en verantwoorden van besluiten. Hiermee biedt een beroepscode beroepskrachten de gelegenheid om hun handelen te evalueren en waar nodig te verbeteren. Een beroepscode is voor de professional een inspiratiebron, leidraad en toetssteen voor reflectie op zijn beroepsmatig handelen en zijn werkhouding.

Wat is tuchtrecht?

Leden van beroepsverenigingen en professionals die geregistreerd zijn vallen onder het tuchtrecht dat door de beroepsvereniging is ingesteld. Met het tuchtrecht kan de werkwijze van een vakgenoot over wie geklaagd wordt worden getoetst aan de beroepscode. De toetsing vindt plaats in een tuchtcollege dat bestaat uit beroepsgenoten. Uit de uitspraak van het tuchtcollege blijkt in welke mate de beroepskracht juist heeft gehandeld. Het tuchtrecht kent een aantal mogelijkheden om de beroepskracht te laten weten dat hij onvoldoende recht heeft gedaan aan de beroepscode: een waarschuwing, berisping, schorsing als lid of verwijdering uit het beroepsregister.

Beroepscodes en tuchtrecht in de jeugdzorg

De beroepsverenigingen in de jeugdzorg beschikken elk over een eigen beroepscode. Daarin komen thema's aan de orde als respect tonen voor de cliënt, informatievoorziening over de hulpverlening, macht en afhankelijkheid in de relatie tussen cliënt en hulpverlener, vertrouwelijkheid en geheimhouding. De beroepsvereniging voor maatschappelijk werkers heeft voor jeugdzorgwerkers een aanvulling op haar beroepscode ontwikkeld. De drie beroepsverenigingen NIP, NVO en NVMW beschikken elk over een procedure voor tuchtrecht.

Inzet van beroepsethiek, beroepscode en tuchtrecht

Als onderdeel van het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' hebben de beroepsverenigingen een rapport opgesteld over beroepsethiek, beroepscode en tuchtrecht in de jeugdzorg. Daarin worden ook beroepsethische dilemma's in de praktijk besproken: Op het goede spoor. Beroepsethiek, beroepscodes en tuchtrecht in de jeugdzorg pdf.


Beroepsregistratie

Beroepsregistratie levert een belangrijke bijdrage aan behoud en verbetering van de kwaliteit van professionals. Een beroepsregister heeft duidelijke criteria waaraan een beroepskracht moet voldoen om zich te kunnen inschrijven en om geregistreerd te blijven. Zo moeten geregistreerde beroepskrachten, om hun registratie te behouden, binnen een bepaalde tijd een aantal registerpunten behalen. Dat gebeurt met activiteiten die de vakkennis en de kwaliteit van de beroepsuitoefening op peil houden, zoals cursussen en opleidingen volgen, congressen bezoeken en presentaties geven over het vak.

Beroepsregisters in de jeugdzorg

In de jeugdzorg bestaan drie beroepsregisters:

Daarnaast bestaan het beroepsregister voor orthopedagogen en klinisch pedagogen van de BOKA en het register voor erkende Vertrouwensartsen Kindermishandeling van de VVAK.

In de databank Na- en Bijscholing op deze website vindt u meer informatie over erkenning voor beroepsregisters.

Toegang tot de arbeidsmarkt

Beroepsregistratie in de jeugdzorg gebeurt tot nu toe vrijwillig - en niet zo vaak: van de jeugdzorgwerkers is ongeveer 2 procent geregistreerd en van de gedragswetenschappers ongeveer 50 procent. Momenteel bereiden de ministeries van VWS en Veiligheid en Justitie een wet voor om beroepsregistratie in de jeugdzorg verplicht te stellen. Als die wet wordt aangenomen zal het aantal geregistreerde beroepskrachten in de jeugdzorg sterk toenemen, wat hun positie, identiteit en deskundigheid bevordert. Daarnaast krijgen de beroepsregisters zeggenschap over de toegang tot de arbeidsmarkt: alleen geregistreerde jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers kunnen dan nog in de jeugdzorg aan de slag.
Het registratieproces is een onderdeel van het Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg.


Professioneel handelen

Het spreekt voor zich dat organisaties een belangrijke rol spelen in de professionalisering van een beroepskracht. Het management van organisaties dient beroepskrachten de mogelijkheid te bieden kennis te delen, na- en bijscholing te laten volgen, werkbegeleiding te faciliteren en zicht te houden op de werkbelasting. Hier wordt verder ingegaan op de verschillende aspecten die een rol spelen bij professioneel handelen.


Aansluiting opleiding op het werkveld

De initiële opleidingen (mbo, hbo en universiteit) bieden toekomstige beroepskrachten een basis in de sociaal agogische beroepsvorming. De kennis en ervaring die zij tijdens hun opleiding opdoen en de aansluiting die ze daarmee vinden bij de beroepspraktijk is van groot belang voor de kwaliteit van hun verdere professioneel functioneren. Opleidingen die zich richten op een specifieke sector sluiten zoveel mogelijk aan bij wat het werkveld vraagt. Competentieprofielen, die in samenwerking met dit werkveld (bestaande uit beroepsverenigingen, brancheorganisaties en cliëntenvertegenwoordiging) ontwikkeld zijn, vormen hiervoor een belangrijke basis. De aansluiting van de opleiding op het werkveld kan bijvoorbeeld blijken uit de aanwezigheid van op de sector toegespitste uitstroomprofielen in het beroepsonderwijs (Sectorraad Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs 2008).

Mbo-opleidingen

Binnen het middelbaar beroepsonderwijs worden medewerkers voor de jeugdzorg opgeleid voor 'Pedagogisch Werker 4 Jeugdzorg'. Deze uitstroomvariant bestaat sinds het studiejaar 2008 - 2009. De vele studenten van deze opleiding vinden lang niet altijd een stage of een baan in de jeugdzorg. Om de aansluiting tussen deze opleiding en het werkveld te verbeteren zijn diverse aanbevelingen gedaan. Zoals het instellen van een structureel en regionaal afstemmingsoverleg en het verbeteren van de doorstroming van mbo naar hbo. Daarmee kunnen mbo'ers sneller een baan vinden en langer werkzaam blijven in de jeugdzorg. In het kader van het 'Actieplan Professionalisering van de Jeugdzorg' is dit rapport opgesteld: Aansluiting werkveld mbo-hbo (2010) pdf.

Hbo-opleidingen

Hbo-opleidingen die opleiden voor de jeugdzorg zijn de opleidingen Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD), Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) en Pedagogiek (PED). Om de aansluiting tussen onderwijs en werkveld te verbeteren is door de HBO-raad een uitstroomprofiel voor de Jeugdzorgwerker ontwikkeld. Dit beschrijft de competenties waarover een afgestudeerde jeugdzorgwerker moet beschikken. Dit uitstroomprofiel wordt momenteel door de opleidingen ingevoerd.
Landelijk Uitstroomprofiel voor de Jeugdzorgwerker (2010) pdf

Universitaire opleidingen

Universitaire opleidingen die beroepskrachten opleiden die vervolgens in de jeugdzorg gaan werken, zijn de opleidingen Orthopedagogiek en Kinder- en Jeugdpsychologie. Deze masters bieden een wetenschappelijke basis, maar zijn echter niet beroepsgericht. Door het volgen van een postmaster kunnen gedragswetenschappers hun vakbekwaamheid voor het zelfstandig werken met cliënten en cliëntsystemen verwerven. Hiermee kunnen ze als kinder- en jeugdpsycholoog worden ingeschreven in het beroepsregister van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) of als orthopedagoog-generalist bij het beroepsregister van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Momenteel ontwikkelen de beroepsverenigingen NIP en NVO een specifieke postmaster voor de jeugdzorg, die in 2012 gereed zal zijn. De inhoud van deze postmaster is onder andere gebaseerd op het rapport De positie van gedragswetenschappers (2010) pdf.

Bron


Na- en bijscholing

Leven Lang Leren

Initiële beroepsopleidingen (mbo, hbo en universiteit) leveren geen kant-en-klare beroepskrachten af. Het veranderende werk vraagt telkens om nieuwe competenties. Een professional heeft daarom behoefte aan een loopbaanperspectief waarin hij zich verder kan ontwikkelen. Om aan te kunnen sluiten bij alle nieuwe ontwikkelingen en het vak bij te houden dienen professionals na- en bijscholing te volgen. Het eigen maken van de juiste competenties blijft gedurende de gehele loopbaan een rol spelen, het zogenoemde 'Leven Lang Leren'. Na- en bijscholing is een middel om te komen tot verdieping, het verwerven van nieuwe kennis, het updaten van verouderde kennis, het leren van specifieke taken en functies en het voorbereiden op leidinggevende functies.

Van belang voor beroepsregistratie

Na- en bijscholing kan tevens een belangrijke bijdrage leveren aan beroepsregistratie van de professional. Geregistreerde beroepskrachten moeten, om hun registratie te behouden, binnen een bepaalde tijd een aantal registerpunten behalen. De registerpunten kunnen onder andere behaald worden door het volgen van geaccrediteerde na- en bijscholing.

Scholing in de jeugdzorg

Beroepskrachten in de jeugdzorg volgen gedurende hun loopbaan verschillende vormen van bijscholing. Aan het begin van hun loopbaan of wanneer ze met een nieuwe baan beginnen, volgen ze vaak een functiescholing. Ook zijn er methodiekscholingen, waarbij het werken met een bepaalde methode of programma centraal staat. Daarnaast zijn er scholingen die zich richten op het omgaan met een specifieke problematiek. De op handen zijnde wettelijk verplichte beroepsregistratie (streefdatum 2013) zal beroepskrachten in de jeugdzorg verplichten hun deskundigheid op peil te houden en daarmee hun registratie te behouden.

Databank Na- en Bijscholing

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft samen met werkgevers en beroepsverenigingen in de jeugdzorg de Databank Na- en Bijscholing opgericht. De databank geeft een overzicht van kwalitatief goed na- en bijscholingsaanbod voor de jeugdzorg. De kern van de databank bestaat uit opleidingen die door de beroepsregisters geaccrediteerd zijn. Daarnaast staan - ter inspiratie - ook interne cursussen en trainingen van jeugdzorgorganisaties in de databank. Het aanbod is gekoppeld aan jeugdzorgcompetenties. Hiermee kunnen na- en bijscholingstrajecten nader worden gestructureerd. Bekijk de Databank Na- en Bijscholing.

Keurmerk voor interne scholing

In het kader van het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' wordt een sectorkeurmerk ontwikkeld voor interne na- en bijscholing. Hiermee is accreditatie van deze cursussen en trainingen mogelijk zodat hier registerpunten voor verkregen kunnen worden. Dit is noodzakelijk in het kader van (her)registratie in de beroepsregisters voor de jeugdzorg.


Leren op de werkplek

Professionalisering van beroepsbeoefenaren in de jeugdzorg vindt ook plaats op de werkplek middels reflectie en feedback. Middelen om leren op de werkplek te ondersteunen zijn supervisie, intervisie en werkbegeleiding.

Reflectie deel van beroepsregistratie

Dergelijke refectieactiviteiten zijn onderdeel van de ophanden zijnde verplichte beroepsregistratie van jeugdzorgwerkers (streefdatum 2013). Om in aanmerking te komen voor herregistratie dienen jeugdzorgwerkers binnen vijf jaar minimaal 10 registerpunten voor reflectieactiviteiten te behalen. Deze kunnen worden verkregen door supervisie (10 sessies met geregistreerde supervisor), intervisie (20 bijeenkomsten van 1,5 à 2 uur), werkbegeleiding (30 uur) of een combinatie van deze activiteiten. Deze reflectieactiviteiten worden uitgevoerd naast opleidingsactiviteiten en activiteiten in de 'vrije ruimte'. Los van het feit dat in de jeugdzorg nu al veel aandacht besteed wordt aan reflectie, zal dit met de verplichte beroepsregistratie een structurele plaats krijgen. Meer informatie is te vinden op de website van het Beroepsregister van agogisch en maatschappelijk werkers (BAMw).

Reflectie

Reflecteren is het terugkijken, bespiegelend overdenken en zoeken naar betekenis van wat men heeft gezien, ervaren, gedacht of gedaan en daaruit ook lering trekken (Voogden & Kuyvenhoven 2010). Verkregen inzichten kunnen gebruikt worden voor het onderhouden en verbeteren van de kwaliteit van het eigen functioneren (Aukes 2008). Door te reflecteren werkt de professional continu aan verbetering van het eigen functioneren, kan hij leemtes in zijn deskundigheid signaleren en zijn gedrag bijstellen.

Middelen om dit te ondersteunen zijn intervisie, supervisie en werkbegeleiding. Reflectie is een vorm van leren op de werkplek die leidt tot de ontwikkeling van nieuwe kennis. In eerste instantie is deze praktijkkennis nog impliciet. Door deze kennis met elkaar te delen en te expliciteren wordt deze verspreid. Op deze manier levert de professional een actieve bijdrage aan de kennis van zijn beroepsgroep.

Feedback

Feedback ofwel terugkoppeling is essentieel voor het leerproces van een professional. Feedback is het proces waarbij men terugkijkt op de situatie of handeling om na te gaan wat de resultaten zijn en hoe deze in de toekomst herhaald of aangepast kunnen worden. Feedback stelt iemand in staat na te gaan wat zijn sterke of zwakke punten zijn en op welke punten verandering aangebracht kan worden. Het is daarmee ook een vorm van confrontatie (Bennink en Fransen 2007). Feedback kan direct of indirect op verschillende manieren geuit worden. Denk aan feedback tussen hulpverlener en de cliënt, werknemer en werkgever/leidinggevende of professionals onder elkaar. Het kan plaatsvinden in groepen, individuele gesprekken of door middel van vragenlijsten.

Het geven van feedback via supervisie en monitoring draagt bij aan de effectiviteit van het werk (Duncan e.a. 2007; Lambert 2010). De effectieve professional onderscheidt zich van zijn minder effectieve collega’s door het feit dat hij voortdurend en systematisch zijn eigen feedback organiseert (Miller 2007). Professionals leren op deze wijze hun handelen aan te scherpen en leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van hun vak.

Monitoring

Een specifieke vorm van feedback vindt plaats via monitoring. Bij monitoring worden tijdens het werk continu gegevens verzameld over bijvoorbeeld cliënttevredenheid, doelrealisatie en (indien van toepassing) vermindering van het probleemgedrag. Door systematisch gegevens bij te houden over instroom, doorstroom en resultaten wordt duidelijk hoe het werkproces zich ontwikkelt en of bijstelling nodig is. De professional kan door monitoring inzicht krijgen in de voortgang van zijn werkzaamheden. Met deze inzichten kan de professional reflecteren op zijn werkzaamheden en aan de hand daarvan zijn werkwijze bijsturen (Pijnenburg 2010; Van Yperen 2010; Van Yperen en Veerman 2008).

Supervisie

Supervisie is een op reflectie gebaseerd 'leergesprek' voor professionals die met mensen werken. De professional onderzoekt zijn werkervaringen onder begeleiding van een supervisor. De supervisor kan iemand van binnen of buiten de organisatie zijn, maar is niet de leidinggevende. Supervisie wordt zowel één-op-één gegeven als in een kleine groep. De professional wordt door supervisie zich meer bewust van zijn eigen gedachten, gevoelens, verwachtingen, normen en waarden en van de wijze waarop deze zijn handelen bepalen. Het leren van de werksituatie gebeurt op basis van zelfreflectie en integratievermogen. Integratievermogen is de mogelijkheid om te functioneren vanuit de samenhang van het persoonlijke niveau (denken, voelen, willen en handelen) en het niveau van beroepsfunctioneren (persoon, beroep, concrete werksituatie) (Kessel 2008; Voogden en Kuyvenhoven 2010).

Intervisie

Intervisie vindt plaats in een leergroep van gelijken, die elkaar ondersteunen bij werkproblemen door te laten zien welke oplossingen er mogelijk zijn. Intervisie heeft tot doel iemands professionaliteit te vergroten door zijn persoonlijke ervaringen te bespreken. Hoe werk je samen met anderen? Hoe treed je op in adviessituaties? Hoe ga je om met lastige situaties met klanten? Hoe vorm je een oordeel? In dit leerproces kunnen collega’s praktijksituaties bespreken. De analyse van deze praktijksituaties is gericht op de wijze waarop de professional de situatie opgelost heeft. Tijdens de intervisie kan er geoefend worden met oplossingsgerichte technieken. Daarnaast biedt intervisie het voordeel van 'leren van twee kanten': de samenwerking tussen cliënt en hulpverlener weerspiegelt zich vaak in de samenwerking tussen hulpverlener en collega’s (Neeleman 2008).

Werkbegeleiding

Bij werkbegeleiding wordt een professional begeleid door zijn leidinggevende. Dit kan plaatsvinden op zowel individueel als groepsniveau. Werkbegeleiding kan meerdere functies hebben. Het kan zowel de effectiviteit en kwaliteit waarborgen als een hulpverlener meer competent maken in het uitvoeren van zijn werkzaamheden. De werkbegeleiding kan zich richten op zowel de professional zelf als op de uitvoering van zijn werkzaamheden. Een belangrijke bijdrage van werkbegeleiding aan professionalisering is de ontwikkeling van competenties bij de professional (Stals e.a. 2010).

Bronnen


Professionele kaders

Professionele kaders geven richting aan het handelen van beroepskrachten in de praktijk. De beroepscode vormt een belangrijk professioneel kader voor de professional. Ook richtlijnen en protocollen geven aanwijzingen voor het handelen van beroepskrachten.

Het nut van richtlijnen

Richtlijnen geven aanwijzingen voor het handelen van beroepsbeoefenaren in bepaalde situaties of voor het werken met bepaalde doelgroepen. Ze zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek ('evidence based'). Richtlijnen maken de aanwezige, collectieve kennis over een onderwerp inzichtelijk, vatten deze samen en vertalen deze in handelingsgerichte aanbevelingen voor beroepskrachten.

Een kenmerk van professionele en effectieve hulpverlening is dat de beroepskracht de richtlijnen meeneemt bij zijn overwegingen bij de besluiten die hij samen met de cliënt neemt. Richtlijnen helpen professionals hun deskundigheid vorm te geven. Richtlijnen zijn echter geen verplichtende regels. Daardoor houdt de professional voldoende autonomie om zo nodig in samenspraak met de cliënt af te wijken van de richtlijn (Dronkers en Van Rossum 2010).

Richtlijnen in de jeugdzorg

De jeugdzorg beschikt momenteel niet over richtlijnen die specifiek voor dit werkveld ontwikkeld zijn. Wel zijn er enkele richtlijnen voor het behandelen van problemen bij kinderen en jongeren voor aangrenzende werkvelden zoals geestelijke gezondheidszorg en jeugdgezondheidszorg. Deze zijn opgenomen in de Databank Instrumenten, Richtlijnen en Protocollen.

Richtlijnontwikkeling voor de jeugdzorg is in volle gang. In het kader van het 'Programma Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg' worden in 2011 drie richtlijnen ontwikkeld: een richtlijn voor hechtingsproblemen, een richtlijn voor gedragsproblemen en een richtlijn voor ADHD. In de vier jaar hierna volgen nog tien richtlijnen. Deze ontwikkeling van richtlijnen is belangrijk voor de verdere professionalisering van de jeugdzorg. Meer informatie vindt u bij het project Richtlijnontwikkeling Jeugzorg.

Het nut van protocollen

Een protocol is een vastgestelde procedure binnen een organisatie. Een protocol geeft aan 'wie, wat, hoe te handelen op welke werkplek' en is daarmee het geheel van vastgestelde voorschriften, waarin stap voor stap de handelingen van de professional beschreven worden. Een protocol is veel specifieker en dwingender dan een richtlijn. Een ander verschil is dat een protocol niet noodzakelijk gebaseerd is op onderzoek. Een protocol biedt de professional houvast en versterkt daarmee zijn zelfstandigheid en zelfverzekerdheid. Protocollen maken een professional autonomer in de beroepsuitoefening (Van der Laan 2007).

Protocollen in de jeugdzorg

De jeugdzorg beschikt over diverse protocollen die beroepskrachten handvatten bieden voor het omgaan met uiteenlopende problemen of het uitvoeren van bepaalde procedures. Voorbeelden zijn: protocol voor handelen van AMK-medewerkers, protocol voor het omgaan met vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld of protocol voor het omgaan met risicovol alcoholgebruik bij jongeren. Een overzicht van deze protocollen is te vinden in de Databank Instrumenten, Richtlijnen en Protocollen.

Bronnen


Cliëntgericht handelen

De relatie tussen de hulpverlener en jongeren of ouders kan verbeterd worden door helderheid te krijgen over wederzijdse verwachtingen. Hulpverleners dienen oog te hebben voor vragen, wensen en behoeften van jongeren en ouders. Een hulpverlener kan zich door vraaggericht te werken beter inleven in de cliënt (Stetter e.a. 2011). Door rekening te houden met het cliëntperspectief stemt de hulpverlener zijn handelen beter af op de cliënt. Cliëntgericht handelen geeft hiermee grenzen aan de autonomie van professionals.

Daarnaast wordt de professionalisering van beroepskrachten bevorderd door directe of indirecte feedback van jongeren en ouders. Door inzicht te krijgen in de ervaringen van ouders en jongeren, en dit te evalueren, kan een hulpverlener zijn werkwijze aanscherpen. De relatie tussen hulpverlener en cliënt heeft grote invloed op het succes van de werkzaamheden en op de ontwikkeling van kind, jongere en ouders. De cliënt heeft daarmee dus invloed op de inhoudelijke professionalisering van beroepskrachten.

Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg

Het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg wil de participatie van cliënten in de jeugdzorg bevorderen en vanuit cliëntenperspectief een bijdrage leveren aan de kwaliteitsverbetering van de jeugdzorg. Dit forum wil bereiken dat de cliënt tevreden is over de samenwerking met de hulpverlener, dat bij het zorgaanbod wordt uitgegaan van de vraag van de cliënt en dat er rekening wordt gehouden met de eigen kracht van de cliënt en het netwerk. Het forum organiseert hiervoor cliëntentafels en cliëntendagen, participeert in werkgroepen, en adviseert cliëntenraden. Meer informatie treft u aan op de website van het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg.

Vragenlijsten voor cliëntenfeedback

Om de feedback van cliënten te systematiseren zijn diverse vragenlijsten ontwikkeld. Voorbeelden van vragenlijsten voor cliëntenfeedback die gebruikt kunnen worden binnen de jeugdzorg zijn:

Een uitgebreide beschrijving van deze vragenlijsten is te vinden in de Databank Instrumenten, Richtlijnen en Protocollen.

Bronnen


Ketensamenwerking

Een cliënt heeft vaak met verschillende hulpverleningsorganisaties te maken. Goede samenwerking tussen deze hulpverleningsorganisaties, 'de keten', vormt een belangrijk onderdeel van de professionaliteit van beroepskrachten in de jeugdzorg. Activiteiten moeten op elkaar afgestemd worden, zodat deze optimaal aansluiten op de behoeften van kinderen, jongeren en ouders. Organisaties en professionals moeten hierbij een deel van hun autonomie opgeven, zodat ze voor andere organisaties voorspelbaar kunnen handelen.

Verbetering noodzakelijk

Ketensamenwerking in de jeugdzorg is een actueel onderwerp. Uit de casuïstiekbespreking in het Adviescollege Beroepscode en Tuchtrecht (NIP/NVO 2010) kwam naar voren dat het nogal eens misgaat in de ketensamenwerking tussen hulpverleners. Cliënten vinden het vervelend om aan verschillende hulpverleners opnieuw hetzelfde verhaal te moeten vertellen, zonder dat ze merken dat er ook daadwerkelijk hulpverlening op gang komt. Ze klagen dat behandelingen niet goed op elkaar zijn afgestemd of dat de samenwerking tussen de betrokken hulpverleners en instellingen te wensen overlaat. Ook missen ze vaak één vast aanspreekpunt. Het afbakenen van taken met behulp van competentieprofielen, beroepscodes en verschillende hulpmiddelen zoals de Samenwerkingswijzer van het Nederlands Jeugdinstituut kunnen de samenwerking in de keten verbeteren.

Competentieprofielen

Zowel in het competentieprofiel voor de jeugdzorgwerker als het competentieprofiel voor de gedragswetenschapper in de jeugdzorg is één van de competenties: 'werkt samen'. De omschrijving luidt: 'De jeugdzorgwerker / gedragswetenschapper is in staat om op constructieve wijze actief samen te werken met collega’s, leidinggevenden en professionals uit andere disciplines en organisaties'. Deze competentie is in beide profielen in gedragskenmerken geoperationaliseerd. De competentie wordt opgenomen in het traineeship dat voor nieuwe medewerkers in de jeugdzorg wordt ontwikkeld. Ook in de postmaster voor de jeugdzorg van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) wordt aan deze competentie aandacht besteed.

Beroepscodes

In de volgende beroepscodes zijn diverse artikelen aan ketensamenwerking gewijd:

Samenwerkingswijzer

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een Samenwerkingswijzer ontwikkeld, een digitale vragenlijst met tips om de samenwerking tussen organisaties in de jeugdsector te verbeteren. Bij de Samenwerkingswijzer hoort een 'Checklist Samenwerking'. Voor meer informatie zie:

Project Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen

In het project 'Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen' wordt een methode ontwikkeld waarmee beroepskrachten op effectieve en efficiënte wijze gegevens kunnen verzamelen in de jeugdstrafrechtketen bij delinquent gedrag van minderjarigen. De ketenpartners selecteren, screenen en diagnosticeren de jongeren in de verschillende fasen van het strafproces, en informeren de rechterlijke macht over de uitkomsten.


Actieplan en implementatieplan

Actieplan

Het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' is gericht op alle beroepskrachten in de jeugdzorg. Het actieplan, dat tussen 2007 en 2010 is uitgevoerd, had tot doel het verbeteren van de zorg en dienstverlening aan kinderen, jongeren en hun ouders. De nadruk lag op de bureaus jeugdzorg en de voorzieningen voor geïndiceerde jeugdzorg, inclusief de particuliere justitiële jeugdinrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming en HALT (bureaus voor leer- en werkstraffen). De resultaten en aanbevelingen van het actieplan worden met het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' verder uitgewerkt.

Implementatieplan

Het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' richt zich vooral op professionals in de jeugdzorg die (direct en indirect) met cliënten werken, in functies waarvoor een hbo of universitaire opleiding vereist is. Het implementatieplan heeft tot doel de professionaliteit van deze beroepsbeoefenaren verder te versterken door middel van faciliteiten, ondersteuning en randvoorwaarden. Ook moet de branche hiermee aantrekkelijker worden voor nieuwe en huidige medewerkers (jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers).


Resultaten 'Actieplan Professionalsiering in de Jeugdzorg'

Het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' had tot doel: professionele jeugdzorg met uitstekend opgeleide hulpverleners, een overzichtelijke beroepenstructuur, versterking van de beroepsregistratie, doordachte beroepsethiek en actuele bij- en nascholingsmogelijkheden. Van 2007 tot juli 2010 is hier met succes aan gewerkt. Het actieplan heeft veel resultaten opgeleverd. Deze resultaten worden verder uitgewerkt door middel van het Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg. Hieronder staan alle resultaten van het actieplan op een rij.

De vakbekwame professional

De basis voor professionalisering in de jeugdzorg ligt onder andere in het ontwerpen van een beroepenstructuur. Er zijn competentieprofielen ontwikkeld voor de 'jeugdzorgwerker' en voor de 'gedragswetenschapper in de jeugdzorg'. Op basis hiervan kunnen beroepsopleidingen hun curricula vormgeven, actualiseren en afstemmen op vragen uit de praktijk. Daarnaast biedt de beroepenstructuur een handvat aan werkgevers bij nascholingsbeleid en competentiemanagement.

De professional in opleiding

Er is gewerkt aan een overzicht van de inhoud van mbo- en hbo-opleidingen waar studenten voor de jeugdzorg worden opgeleid. Op welke wijze kan het opleidingsaanbod beter worden afgestemd op actuele ontwikkelingen in het werkveld? Waar liggen vragen, leemtes en kansen? Cruciaal bleek een goede aansluiting tussen professionals, opleiders en werkgevers. Daarnaast zijn aanbevelingen gedaan om de (post-master)opleidingsmogelijkheden voor gedragswetenschappers in de jeugdzorg te verbeteren.

De georganiseerde professional

De organisatiegraad van professionals in de jeugdzorg is vergroot door het stimuleren van het lidmaatschap bij een van de beroepsverenigingen (Nederlands Instituut van Psychologen, Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen en Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers. Het bevorderen van de organisatiegraad van hbo-professionals in de jeugdzorg (maatschappelijk werkers, sociaal agogen) vroeg extra aandacht, omdat die bij de start van het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' bijzonder laag was.

De reflectieve professional

Er is kennis opgebouwd en ontwikkeld over de betekenis van beroepscodes en tuchtrecht voor de beroepen waar dit (via de beroepsverenigingen) al geregeld is. Daarnaast is gewerkt aan de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig verenigingstuchtrecht voor medewerkers van beroepen in de jeugdzorg waarbij dit nog niet was gerealiseerd. Duidelijk is geworden hoe beroepsethiek kan bijdragen aan professioneel handelen in de dagelijkse praktijk.

De lerende professional

Om alle kwalitatief goede bij- en nascholingsmogelijkheden voor professionals in de jeugdzorg inzichtelijk te maken is één database ontwikkeld, de Databank Na- en Bijscholing. De kwaliteitsbeoordeling van de scholing vindt plaats via accreditatie door de beroepsregisters.

De erkende professional

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van professionals in de jeugdzorg is groot. Bovendien hangt de kwaliteit van de geboden hulpverlening direct samen met de inbreng van professionals. Daarom is het belangrijk dat deze beroepen ook als zodanig erkend worden en is gewerkt aan een wettelijke verplichting tot beroepsregistratie.

Meer informatie

Meer informatie over de resultaten van het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' is te vinden in de volgende eindrapporten:

Daarnaast heeft het Actieplan Professionalisering drie publicaties opgeleverd die u elders op de site online kunt bestellen:

Een samenvatting van de beroepsprofielen is te lezen in de brochures:


Doelen implementatieplan

De aanbevelingen uit het actieplan zijn uitgewerkt in een implementatieplan. Deze implementatiefase, gestart in 2010, duurt drie jaar. Het kader hiervoor vormt de voorgenomen wettelijke erkenning door verplichte beroepsregistratie. De programmacoördinatie van het implementatieplan wordt uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie financieren het implementatieplan.

Doelen

In het implementatieplan staan de volgende doelen centraal:

  1. Het instellen van beroepsregisters met beroepscodes en bijpassend tuchtrecht voor medewerkers in de jeugdzorg met functies en beroepen waarvoor een hbo of universitaire opleiding vereist is. De drie beroepsregisters (BAMw, NVO-OG en NIP-K&J) worden hiertoe (verder) ingericht en opengesteld.
  2. De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) wordt ondersteund, zodat alle hbo-beroepskrachten in de jeugdzorg zich hierbij kunnen aansluiten. Het 'Addendum beroepscode voor de jeugdzorgwerker' van de NVMW wordt geëvalueerd en er wordt een jeugdzorgspecifieke toelichting geschreven op de beroepscodes van NIP en NVO.
  3. De registratie in deze beroepsregisters van alle medewerkers in de jeugdzorg die met cliënten werken, in functies waarvoor een hbo dan wel universitaire opleiding vereist is.
  4. Het verkrijgen van draagvlak voor professionalisering bij alle betreffende medewerkers en werkgevers in de jeugdzorg.
  5. Het initiëren en stimuleren van geaccrediteerde bij- en nascholing bij werkgevers in de jeugdzorg zodat professionals hiermee registerpunten voor de beroepsregistratie kunnen krijgen.
  6. Verbetering en stroomlijning van de entree in de jeugdsector voor nieuwe medewerkers op hbo-functies door invoering van het landelijk uitstroomprofiel jeugdzorgwerker door hogescholen en bij de opleiding aansluitende vormen van traineeship in het eerste jaar van het dienstverband. Voor gedragswetenschappers wordt dit gerealiseerd door het stimuleren en faciliteren van registratietrajecten op postmasterniveau. Werkbegeleiding is hier een onderdeel van.

Projecten implementatieplan
Hoofdlijnen Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg (2010) pdf


Actiepunten voor organisaties

De organisaties én de professionals zijn bij de implementatie van het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg aan zet. Hun gezamenlijke investering zal de professional nog beter in staat stellen om goede hulp te bieden en biedt cliënten de zekerheid dat hulpverleners goed geschoold zijn en blijven.

In het kader van de implementatie van het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg, kunnen organisaties in de jeugdzorgsector het eigen professionaliseringsproces vorm geven via 7 actiepunten:

  1. Draag je eigen verhaal uit
  2. Start de registratie
  3. Maak beroepscode en tuchtrecht levend
  4. Speel in op toenemende professionele autonomie
  5. Laat reflectie aansluiten op herregistratie-eisen
  6. Betrek cliënten
  7. Pas het scholingsaanbod en –beleid aan

De volgende documenten en weblinks bieden organisaties ondersteuning en achtergrondinformatie bij de vormgeving van de 7 actiepunten. De documenten zijn vanaf september 2012 te downloaden via de dan te lanceren website www.professionaliseringjeugdzorg.nl.

Documenten:

Links:


Projecten implementatieplan

De zes doelen van het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' worden uitgewerkt aan de hand van de volgende vier projecten. Deze vier projecten worden in deelprojecten verder geconcretiseerd.

Voorbereiding beroepsregisters en beroepsverenigingen

In dit project wordt gewerkt aan het (verder) inrichten van de beroepsregisters en de tuchtrechtcolleges. Ook wordt het 'Addendum beroepscode voor de jeugdzorgwerkers' geëvalueerd. Voor de gedragswetenschappers wordt een toelichting op de beroepscodes NIP/NVO geschreven voor de jeugdzorg. Daarnaast krijgt het platform jeugd bij de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) ondersteuning, met specifieke aandacht voor jeugdzorgwerkers. De tuchtcolleges van de beroepsverenigingen worden verder ingericht voor jeugdzorgwerkers, zodat een voor hen passend tuchtrecht beschikbaar komt. Tot slot wordt, in overleg met de werkgevers, een registratietraject ingericht voor gedragswetenschappers in de jeugdzorg die een postmaster gevolgd hebben. Dit project is belegd bij de beroepsverenigingen (NVMW, NIP en NVO), waarbij elke beroepsvereniging verantwoordelijk is voor haar eigen onderdeel.

Registreren en verbinden

Doel van dit project is de registratie in de beroepsregisters van alle hbo-jeugdzorgwerkers en alle gedragswetenschappers in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het om het verwezenlijken van de beoogde professionaliseringsslag. Centraal staat hierbij het uitvoeren van een viertal clustercampagnes voor respectievelijk de bureaus jeugdzorg, de justitiële jeugdzorgorganisaties, Jeugd & Opvoedhulp Noord en Jeugd & Opvoedhulp Zuid. In de aanloopperiode worden de noodzakelijke randvoorwaarden gerealiseerd. Om de resultaten van het professionaliseringsproces in kaart te brengen wordt een monitor gebruikt. Jeugdzorg Nederland coördineert dit deelproject. Samengewerkt wordt met de beroepsverenigingen (NVO, NIP, NVMW, BAMw) en het Nederlands Jeugdinstituut.

Accreditatie interne opleidingen

Doel van dit project is het op een lijn brengen van de door werkgevers aangeboden opleidingen met de opleidingen die beroepsbeoefenaren dienen te volgen voor het behalen van de benodigde registerpunten voor beroepsregistratie. Specifiek gaat het om de ontwikkeling van een sectorkeurmerk voor interne na- en bijscholing voor de hbo-beroepsgroep, de ontwikkeling van een stappenplan en handreiking voor certificeren en accrediteren, het certificeren en accrediteren van 150 interne bij- en nascholingstrajecten en het onderbrengen van relevante geaccrediteerde na- en bijscholing in de databank Na- en Bijscholing. Cursussen en trainingen voor gedragswetenschappers zullen via de accreditatie van NIP en NVO in deze databank worden opgenomen. Dit project is eveneens belegd bij Jeugdzorg Nederland.

Verbetering entree sector

Dit project beoogt de verbetering en stroomlijning van de entree in de sector voor beginnend beroepsbeoefenaren. De invoering van het landelijk uitstroomprofiel jeugdzorgwerker wordt gemonitord (coördinatie HBO-raad). Docenten van hogere sociaal-agogische opleidingen worden gestimuleerd om praktijkervaring op te doen (coördinatie HBO-raad). En er wordt een traineeship voor hbo-afgestudeerden ontwikkeld. Dit project wordt gecoördineerd door Jeugdzorg Nederland, in samenwerking met de HBO-raad.

Projectorganisatie

In het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' werkt, net als tijdens het actieplan, een groot aantal partijen met elkaar samen:

Het implementatieplan wordt uitgevoerd onder één centrale regie en aansturing van de stuurgroep. Naast de bovengenoemde samenwerkingspartners bestaat de stuurgroep uit: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Belangenvereniging van Medewerkers in de Bureaus Jeugdzorg (BMJ), de Vereniging Vertrouwensartsen Kindermishandeling (VVAK), het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Interprovinciaal Overleg (IPO). De voorzitter van de stuurgroep is Ella Kalsbeek. De programmacoördinatie van het implementatieplan wordt uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut.

Meer informatie

Meer informatie over het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' is te vinden in:


Beleid

De professionalisering van de jeugdzorg vormde een van de prioriteiten van het voormalig ministerie voor Jeugd en Gezin (kabinet Balkenende IV). Het ministerie heeft vanaf 2007 diverse initiatieven genomen om beroepskrachten in de jeugdzorg te ondersteunen. Voorbeelden zijn het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg', 'Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg' en 'Jeugdzorg: Goed werk!'. Daarnaast heeft de branche zelf verschillende initiatieven op het gebied van professionalisering genomen.


Rijksbeleid

Professionalisering van de jeugdzorg was een van de prioriteiten in het beleidsprogramma 2007-2011, opgesteld door het voormalige ministerie voor Jeugd en Gezin (kabinet Balkenende IV). Het werken met kinderen en gezinnen vereist volgens dit beleidsprogramma deskundige professionals, waarbij het van groot belang is dat zij goede ondersteuning krijgen bij hun werk. Het is belangrijk om medewerkers in de jeugdzorg voor langere tijd aan hun werk te binden. Zij moeten de mogelijkheid krijgen om met bezieling en deskundigheid in de jeugdsector te blijven werken. Daardoor zal bovendien hun aanzien en gezag toenemen. Vanuit deze argumentatie is in 2007 het 'Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg' gestart. Elders in dit dossier vindt u meer informatie over het Actieplan Professionalisering in de Jeugdzorg.

Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg

Het actieplan is in 2010 afgerond waarna het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg' gestart is. In de drie jaar durende implementatiefase worden de resultaten van het actieplan in de sector ingevoerd. Centraal hierbij staat de invoering van een wettelijk verplichte beroepsregistratie voor jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers in de jeugdzorg, waarmee ook tuchtrecht voor deze professionals in de jeugdzorg voorhanden is. Ook het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en werkveld is een doel, onder meer door het ontwikkelen van een traineeship voor startende jeugdzorgwerkers en het actualiseren van praktijkervaring van docenten. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie financieren het implementatieplan. Elders in het dossiers vindt u meer informatie over het implementatieplan.

Programma Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport financiert ook een groot programma gericht op richtlijnontwikkeling voor de jeugdzorg. Het doel van de richtlijnen is het bevorderen van effectief handelen in de jeugdzorg, gebaseerd op onderzoeksresultaten en praktijkervaring. Richtlijnen zijn praktische hulpmiddelen voor beroepskrachten bij de afwegingen die zij moeten maken in hun werk. In totaal worden dertien richtlijnen ontwikkeld, tussen 2011 en 2015. Het 'Programma Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg' is een initiatief van de beroepsverenigingen in de jeugdzorg. De organisatorische uitvoering is ondergebracht bij het Nederlands Jeugdinstituut. Meer informatie over dit programma vindt u elders op deze website bij het project Richtlijnontwikkeling Jeugdzorg.


Branchebeleid

Naast het rijk heeft de branche zelf verschillende initiatieven op het gebied van professionalisering genomen. Deze activiteiten komen deels voort uit het rijksbeleid.

Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg

De brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland, waarbij de bureaus jeugdzorg en de organisaties voor Jeugdzorg en Opvoedhulp zijn aangesloten, is een belangrijke partner van het 'Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg'. Daarnaast participeren - onder andere - de volgende organisaties voor de justitiële jeugdzorg: de Kinderbescherming, de Justitiële Jeugdzorg Instellingen en Halt partners. Hiermee wordt de professionalisering van de jeugdzorg door de gehele sector ter hand genomen.

Jeugdzorg: Goed Werk!

Een ander groot professionaliseringstraject, waar de gehele sector bij betrokken is, is het project 'Jeugdzorg: Goed Werk!'. Dit project wordt uitgevoerd door het Fonds Collectieve Belangen, het sectorfonds van Zorg en Welzijn. Het project 'Jeugdzorg: Goed Werk!' is gericht op:

Meer informatie over dit project vindt u op de website van het Fonds Collectieve Belangen.

Ondersteuning Fonds Collectieve Belangen

Het Fonds Collectieve Belangen (FCB) is het sectorfonds van Zorg en Welzijn en is een initiatief van onder meer Jeugdzorg Nederland en de vakbonden. Het fonds ondersteunt de sector op het gebied van personeels- en arbeidsmarktbeleid. Specifiek op het terrein van professionalisering biedt het fonds het werkveld diverse instrumenten en methoden om actief aan de slag te gaan. Deze instrumenten en methoden richten zich onder meer op:

Meer informatie vindt u bij Jeugdzorg op de website van het Fonds Collectieve Belangen.


Agenda

Suïcide voorkom je samen

31 mei 2013
Organisator: Congresbureau M2support
Plaats: Amsterdam-Zuidoost
Kosten: 100 euro
Website: www.ggdamsterdam.nl

Eerst is er een plenair gedeelte dat laat zien hoe professionals in Amsterdam samen met collega's van verschillende disciplines en organisaties zorgen voor een aansluitend net van signalering, opvang en hulp voor mensen die suïcidaal zijn. Na de pauze zijn er workshops over best practices en innovatieve ontwikkelingen.

Dichtbij de oplossing

20 juni 2013
Organisator: Reedbusiness
Plaats: Maarssen
Kosten: 299 euro (ex. BTW)
Website: www.reedbusinessevents.nl

Dit congres wil bijdragen aan de manier waarop gemeenten kunnen omgaan met hun nieuwe rol als regisseur in de jeugdzorg. Verder is er aandacht voor de wijze waarop jeugdzorgwerkers hun werk kunnen doen en eigen kracht van gezinnen gebruiken om hen te steunen.

Meer congressen voor de jeugdsector vindt u elders op de site in de agenda.


Literatuur

Hier vindt u een selectie van relevante literatuur uit de literatuurcatalogus van het Nederlands Jeugdinstituut, waarin u zelf kunt zoeken naar literatuur.

 


Links