Home  > Kennis  > Dossiers  > Migrantengezin  > Gezinsleven > Tijdsbesteding

Interculturele competentieprofielen (2010)
Rapport over preventief en ontwikkelingsgericht jeugdbeleid.

De kracht van jongeren (2009)
Boek over diversiteit in jeugdbeleid en effectieve interventies.



Gert  van den Berg Gert van den Berg is contactpersoon voor het dossier Migrantengezin.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Over dit dossier

Tijdsbesteding

Over het algemeen is er in gezinnen van niet-westerse migranten, vooral bij de eerste generatie, vaker sprake van een traditionele taakverdeling tussen vader en moeder. Maar er zijn flinke verschillen, zowel tussen de diverse migrantengroepen als binnen iedere groep op zich. Zo hechten Marokkaanse vaders het sterkst aan een traditioneel rollenpatroon. Maar tussen de eerste en tweede generatie Marokkaanse vaders bestaan grote verschillen in betrokkenheid bij de opvoeding. Chinese en Creoolse vaders zijn juist veel minder traditioneel ingesteld dan andere migrantenvaders. (Pels e.a., 2009).

Migrantenvrouwen en werk

Niet-westers allochtone moeders hebben minder vaak een betaalde baan dan autochtone moeders. De afgelopen jaren is de arbeidsdeelname wel gestegen. Bij autochtone moeders ging dat van 58 procent in 2001 naar 75 procent in 2009. Bij niet-westers allochtone moeders is de arbeidsdeelname gestegen van rond de 40 procent in 2006 tot bijna 50 procent in 2009. De niet-westers allochtone moeders met een betaalde baan werken wel vaak meer dan autochtone moeders. In 2009 werkte meer dan de helft minimaal 28 uur per week, tegen een derde van de werkende autochtone moeders. Dit verschil zit vooral bij de moeders van Surinaamse en Antilliaanse herkomst. Omdat zij relatief vaak hun kinderen alleen opvoeden, moeten zij meer uren maken (Dirven, 2010). Vergeleken met autochtone vrouwen stoppen niet-westerse migrantenvrouwen net wat vaker met betaald werk wanneer ze kinderen hebben gekregen. Bij migranten van de eerste generatie is dat percentage groter dan bij die van de tweede generatie. Het is uiteindelijk vooral de opleiding van de vrouw die bepaalt of zij stopt met werken na de geboorte van kinderen. Hoe hoger de genoten opleiding, hoe lager de kans dat de vrouw in kwestie stopt met werken (Das, 2006).

Bronnen

  • Das, M. (2006). 'Allochtone vrouwen: arbeidsdeelname en verandering in de gezinssituatie. Sociaal-economische trends, 3e kwartaal 2006'. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
  • Dirven, H. (2010). 'Ook niet-westers allochtone moeders vaker aan het werk'. Webmagazine, woensdag 15 december, 2010. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
  • Pels, T., Distelbrink, M. en Postma, L. (2009). 'Opvoeding in de migratiecontext. Review van onderzoek naar de opvoeding in gezinnen van nieuwe Nederlanders'. Utrecht, Verwey-Jonker Instituut.