Zakwoordenboek Jeugd
Uitleg van duizenden begrippen in jeugdzorg, opvoeding, (jeugd)gezondheidszorg, onderwijs en wetgeving.


Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.

Uw reactie Uw reactie


Erik Jan  de Wilde Erik Jan de Wilde is specialist op het gebied van de preventie en aanpak van emotionele problemen van jongeren.

Stel een vraag

Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Probleemschets
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Kenniscentra

Cijfers

Onder jongeren van 13 tot 18 jaar kampt 6,9 procent met meer dan één psychische stoornis. Dit blijkt uit een onderzoek van Verhulst en anderen onder een steekproef van Nederlandse adolescenten in 1997. Een ander onderzoek uit 1997 - een bevolkingsonderzoek naar de lichamelijke gezondheid van volwassenen en hun psychisch welzijn - toont aan dat 11 procent van de jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar kampt met twee of meer psychische stoornissen (NEMESIS-onderzoek). Meer recente Nederlandse cijfers over het voorkomen van meervoudige psychische stoornissen bij de totale jeugdpopulatie en vooral bij kinderen onder 13 jaar ontbreken.

Schattingen

Schattingen van percentages jongeren die last hebben van meer dan één stoornis zijn wel op verschillende plekken te vinden. Het gaat dan om de 'Multidisciplinaire Richtlijn ADHD' (2005), de 'Multidisciplinaire Richtlijn Depressie bij Jeugd' van de Gezondheidsraad uit 2009, de website van het Trimbos-instituut en leerboeken kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze schattingen zijn gebaseerd op buitenlands onderzoek. Hieronder vindt u een overzicht van de mate waarin verschillende stoornissen volgens schattingen tegelijkertijd bij jongeren voorkomen.

ADHD
Percentage van de jongeren met ADHD dat ook gediagnosticeerd is met een andere stoornis.

Percentage van de jongeren met ADHD dat ook gediagnosticeerd wordt met een andere stoornis

Angststoornis
Percentage van de jongeren met een angststoornis dat ook gediagnosticeerd is met een andere stoornis.

Percentage van de jongeren met een angststoornis dat ook gediagnosticeerd wordt met een andere stoornis

Antiscociale gedragsstoornis
Percentage van de jongeren met een antiscociale gedragsstoornis dat ook gediagnosticeerd is met een andere stoornis.

Percentage van de jongeren met een antiscociale gedragsstoornis dat ook gediagnosticeerd wordt met een andere stoornis

Depressie
Percentage van de jongeren met een depressie dat ook gediagnosticeerd is met een andere stoornis.

Percentage van de jongeren met een depressie dat ook gediagnosticeerd wordt met een andere stoornis

Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis
Percentage van de jongeren met een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis dat ook gediagnosticeerd is met een andere stoornis.

Percentage van de jongeren met een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis dat ook gediagnosticeerd wordt met een andere stoornis

Uitleg grafieken

De staven in bovenstaande grafieken staan voor schattingen die kunnen variëren - afhankelijk van de steekproef van het onderzoek, de gebruikte criteria om de psychische stoornis vast te stellen en de gehanteerde definitie van comorbiditeit. Bij sommige combinaties van stoornissen zijn uiteenlopende schattingen gevonden in verschillende onderzoeken. De staven in de grafiek geven dan het gemiddelde weer van die schattingen; het verschil tussen de laagste en hoogste schatting is aangegeven met een verticaal lijntje.

De gegevens in de grafieken zijn niet bedoeld voor een onderlinge vergelijking. Ze geven een indruk van de mate waarin bepaalde combinaties van stoornissen voorkomen. Wanneer er geen gegevens zijn over het samengaan van een bepaalde stoornis met een andere stoornis - zoals vooral voor angststoornissen geldt - blijkt dat door het ontbreken van die combinatie in de grafieken.
De noten bij de stoornissen op de horizontale as onder de grafiek verwijzen naar de bronnen hieronder.

Bronnen

  • Angold, A., E.J. Costello en A. Erkanli (1999), 'Comorbidity', in: 'Journal of Child Psychology and Psychiatry', jaargang 40, nummer 1, p.57-87.
  • Bijl, R.V., G. van Zessen en A. Ravelli (1997), 'Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS onderzoek. Prevalentie van psychiatrische stoornissen', in: 'Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde', jaargang 141, nummer 50, p.2453-2460.
  • Gezondheidsraad (2000), 'Diagnostiek en behandeling van ADHD'. Den Haag, Gezondheidsraad.
  • Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling (2009), 'Richtlijn depressie bij jeugd. Addendum 2009'. Utrecht, Trimbos-instituut/Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO.
  • Rutter, M. en E. Taylor (2002), 'Child and Adolescent psychiatry. Fourth Edition'. Massachusetts/Oxford, Blackwell Science.
  • Verhulst, F.C., J. van der Ende, R.F. Ferdinand en M.C. Kasius (1997), 'De prevalentie van psychiatrische stoornissen bij Nederlandse adolescenten', in: 'Nederlandse Tijdschrift voor Geneeskunde, jaargang 141, nummer 16, p.777-781.